VERDIEPINGSARTIKEL

Nieuwe franchisewet herstelt machtsbalans

De langverwachte franchisewet is sinds 1 januari 2021 een feit. De wet is volgens de wetgever bedoeld om de ‘machtsbalans’ tussen franchisegevers en franchisenemers te herstellen. Daar hoort onder meer bij dat de franchisenemer vooraf al veel meer informatie hoort te krijgen.

Voor een deel van de nieuwe regels geldt een overgangstermijn, zodat lopende contracten niet op stel en sprong aangepast hoeven te worden. Maar dat er veranderingen moeten komen, staat vast.


11 maart 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Bij franchising zijn in feite twee onderdelen van het ondernemen uit elkaar gehaald. De ene onderneming (de franchisegever) houdt zich alleen maar bezig met het concept – meestal een winkel. De franchisegever zorgt bijvoorbeeld voor reclame en houdt het concept bij de tijd. De franchisegever hoeft zich ook niet te bekommeren om de dagelijkse gang van zaken ‘op de vloer’, want dát doet de franchisenemer.

De ondernemer die een of meerdere filialen uitbaat moet er voor zorgen dat de lokale vestiging goed draait. De franchisenemer heeft als voordeel dat hij kan leunen op een beproefd concept, dat als het goed is zelf klanten aantrekt.

Franchising is populair in Nederland. Naar verluidt draait de sector jaarlijks een omzet van meer dan € 55 miljard. Vooral in de detailhandel en in de horeca komt franchising veel voor, maar ook in andere sectoren wint de constructie aan populariteit.

In de rechtszaal getroffen

Op papier is franchising een mooi concept, omdat beide partijen kunnen doen ‘waar ze goed in zijn’. Maar franchisegevers en franchisenemers hebben elkaar de afgelopen jaren ook geregeld in de rechtszaal getroffen.

De heibel ging onder meer over een vooraf voorgespiegelde omzet die in de praktijk onhaalbaar bleek. Ook klaagden franchisenemers geregeld dat de franchisegevers te veel wijzigingen in de afspraken eenzijdig mogen doorvoeren.

Al eerder heeft de overheid geprobeerd om alles meer in goede banen te leiden, via een franchisecode. Maar uiteindelijk was de overheid toch ontevreden over de werking van die code, en is er een wet opgesteld. Na de instemming van de Tweede en Eerste Kamer is die wet per 1 januari 2021 in werking getreden.

Wat komt er kijken bij een start als franchisenemer?

Een ondernemer die aanhaakt bij een franchiseformule heeft het voordeel dat hij zich met een boel zaken niet bezig hoeft te houden. Zoals: het opbouwen van naamsbekendheid. En ook het voordeel van gezamenlijke inkoop is (vaak) mooi meegenomen.

Daar staat tegenover dat er ook betaald moet worden om gebruik te mogen maken van de formule. Ook kan een ondernemer zich niet al te veel uitspattingen veroorloven, omdat dit niet in de ‘huisstijl’ past.

Strenger
Wel is er een verschil tussen ‘soft’ en ‘hard’ franchise, waarbij de eisen bij die tweede strenger zijn. In het algemeen zou je kunnen zeggen dat een ondernemer die houdt van risico’s en zelf zaken uitzoeken meer geschikt is voor een soft franchise, terwijl de meer behoudende ondernemer beter past bij een hard franchise.

Verder komt het voor de startende franchisenemer vooral aan op goede oriëntatie, zo zet de Kamer van Koophandel uiteen in een checklist. Het begint met onderzoek naar de formule. Hoe bekend is de franchise en hoe lang bestaat die al?

Verdienmodel
Daarnaast kan het helpen om contact op te nemen met ondernemers die al franchisenemer zijn, om te vragen naar hun ervaringen. Waar lopen zij in de praktijk tegen aan?

Vraag of u de jaarrekeningen mag inzien, of probeer cijfers te achterhalen via het Handelsregister. Daarnaast is het uiteraard van belang om te weten wat het verdienmodel van de franchisegever is, wat zijn marges zijn en wat zijn invloed is op de marges van de franchisenemer.

Zoek ook uit welke vergoedingen van toepassing zijn. Sommige vergoedingen gelden altijd, zoals de franchisevergoeding. Deze bedragen kunnen wel per keten verschillen. Op de site van De Nationale Franchisegids kunt u de voorwaarden van de meeste franchisegevers vinden.

Vier gebieden

In het algemeen schrijft de wet voor dat de partijen zich moeten gedragen als ‘goed franchisenemer’ en ‘goed franchisegever’. Verder leggen de maatregelen nadruk op vier gebieden:

  • De uitwisseling van informatie vóór de franchiseovereenkomst wordt gesloten (de ‘precontractuele’ fase).
  • De tussentijdse wijziging van een lopende franchiseovereenkomst.
  • Het overleg tussen franchisegever en franchisenemers.
  • De beëindiging van de franchisesamenwerking.

Hieronder zijn deze punten samengevat uitgelegd.

Informatie vóór het tekenen

Een belangrijke wijziging zit ‘m in de informatie die de franchisenemer al moet krijgen vóór hij een handtekening zet onder het franchisecontract. Dat zijn onder meer deze documenten:

  • Het ontwerp van de franchiseovereenkomst, met eventuele bijlagen.
  • Een overzicht van af te dragen vergoedingen of andere financiële bijdragen (zoals marketingkosten) en de investeringen die van hem gevraagd worden, met bijbehorende uitleg.
  • Cijfers over de financiële positie van de franchisegever.
  • Financiële informatie over het filiaal dat de franchisenemer wil gaan uitbaten. Als het een nieuwe locatie is, moet er informatie zijn van vergelijkbare franchisevestigingen, waarbij de franchisegever duidelijk moet maken waarom die vergelijkbaar zijn.

Daarnaast schrijft de wet nog voor dat de franchisegever ook nog andere informatie moet verstrekken waarvan hij kan inschatten dat die óók van belang is. Alles is er dus op gericht om de franchisenemer vooraf een zo compleet mogelijk beeld te geven van zijn kansen en risico’s.

Anderzijds moet de franchisenemer zelf ook voldoende financiële openheid van zaken geven. Ook moet hij binnen de grenzen van het redelijke zelf genoeg onderzoek doen ‘om te voorkomen dat hij onder de invloed van onjuiste veronderstellingen overgaat tot het sluiten van de franchiseovereenkomst’.

De franchisenemer krijgt een bedenktermijn van vier weken voordat hij tekent. Die tijd kan de ondernemer gebruiken om zelf onderzoek te doen. In die tijd mag er niks wijzigen in het contract, tenzij dit in het voordeel is van de franchisenemer. Ook mogen er geen betalingen of investeringen worden geëist.

Tussentijdse wijziging en overleg

Een franchisegever die wijzigingen wil aanbrengen in de franchiseovereenkomst moet die ‘tijdig’ aankondigen en de franchisenemer ook informeren over welke investering er aan die wijziging vasthangt. De franchisenemer moet ook elk jaar informatie ontvangen die laat zien of de financiële bijdragen van franchisenemers de kosten dekken. Verder moet er minstens een keer per jaar overleg plaatsvinden tussen de franchisegever en de franchisenemer.

Goodwill, concurrentie en toestemming

De wet grijpt ook verder in op de overeenkomsten zelf. Volgens de wet moet de franchiseovereenkomst namelijk bepalen hoe de goodwill wordt berekend die vasthangt aan de franchisenemer. Ook moet er in staan op welke manier de franchisenemer die goodwill vergoed krijgt als de franchiserelatie eindigt.

Verder zijn er in de wet eisen gesteld aan het non-concurrentiebeding. Zulke clausules zijn bedoeld om te voorkomen dat de ondernemer op dezelfde plek of vlakbij weer vrolijk een concurrerende winkel start. Zo’n beding mag onder meer niet langer dan een jaar gelden na het einde van de franchiseovereenkomst.

Bovendien zijn er regels voor als een franchisegever de franchiseformule wil wijzigen. Hij moet dan afhankelijk van het geval toestemming hebben van een meerderheid van de Nederlandse franchisenemers of van elke individuele franchisenemer.

Overgangstermijn voor overeenkomst

De meeste maatregelen gelden al direct sinds 1 januari 2021. Maar voor een deel van de regels is er een overgangstermijn, althans voor contracten die al vóór 1 januari 2021 bestonden. Dat gaat om de wetsartikelen over goodwill, het non-concurrentiebeding en de toestemming voor wijzigingen. Deze artikelen moeten dus uiterlijk 1 januari 2023 in de al bestaande franchiseovereenkomst zijn verwerkt.