VERDIEPINGSARTIKEL

Wat bedoelen mijn advocaat en de rechter eigenlijk?

Iedereen die wel eens een brief van een advocaat heeft ontvangen zal de stijl herkennen. Het is een combinatie van intimidatie en interessantdoenerij. Tussen het jargon door moet u uitknobbelen wat u nu precies moet gaan doen

Zulke juridische teksten zijn deels theater. Om dit theaterstuk te kunnen begrijpen moet u weten wat advocaten en rechters nu eigenlijk bedoelen met wat ze zeggen en schrijven. Want met wat uitleg erbij is het allemaal wat minder gewichtig dan het lijkt.


21 mei 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door Bert van Mieghem, advocaat bij Wybenga Advocaten, e-mail: vanmieghem@wybenga-advocaten.nl


In de brief van de advocaat wordt de ontvanger niet gevraagd om iets te betalen, maar gesommeerd een bedrag over te schrijven. Gebeurt dat niet vóór een bepaalde termijn, dan breekt de hel los en komen er nog veel meer (onbegrijpelijke) kosten bovenop voor de ontvanger. De brief wordt afgesloten met toverformules als ‘geheel sans prejudice’...

Het juridische abracadabra is niet alleen maar om interessant te doen. Deels is het een ingesleten gewoonte. Advocaten en rechters begrijpen elkaar uitstekend en zijn aan dit taaltje gewend. Ze denken vaak helemaal niet na over de vraag of de betrokken personen alles wel begrijpen.

Juridische procedure

Een juridische procedure begint ermee dat u een dagvaarding ontvangt, bijvoorbeeld omdat een zakenpartner een schadevergoeding eist van uw bv. Die dagvaarding wordt door de deurwaarder niet gewoon bezorgd, maar aan u ‘betekend’.

Het resultaat is hetzelfde: u ontvangt een pak papier. In het stuk staat dat u of uw bv zich op een specifieke woensdagochtend om 10:00 uur moet melden voor ‘een zitting op de rechtbank’. Niet in persoon, maar vertegenwoordigd door een advocaat.

Dit is alvast een dwaalspoor. U hoeft zich namelijk niet te melden voor een zitting om 10:00 uur, die zitting vindt ook helemaal niet plaats. Wat er moet gebeuren, is dat uw advocaat een bericht aan de rechtbank stuurt, waarin hij meldt dat hij uw advocaat is. Een echte zitting vindt pas maanden later plaats.

Het uurtarief is al niet misselijk, maar daar komt nog de mysterieuze post ‘kantoorkosten’ bovenop

Als u een advocaat heeft gevonden die de zaak voor u behandelt, dan krijgt u allereerst een uitvoerige opdrachtbevestiging waarin de advocaat u onder meer wijst op de financiële consequenties. Het uurtarief is al niet misselijk, maar daar komt nog de mysterieuze post ‘kantoorkosten’ bovenop van een paar procent. Dit wekt de indruk dat de advocaat hiermee de kosten van zijn kantoor dekt en de rest van het honorarium in zijn zak steekt, maar in de praktijk zal het eerder andersom zijn.

Met deze kosten bent u er nog niet, want u wordt ook aangesproken voor ‘verschotten’. Dat zijn de kosten van bijvoorbeeld de deurwaarder en het griffierecht dat aan de rechtbank moet worden betaald. Hier staat tegenover dat u niet zomaar een klant bent, maar een cliënt.

Nog meer termen

Na overleg met u schrijft uw advocaat de advocaat van uw ‘wederpartij’ een e-mail om hem uit te leggen dat het allemaal anders zit dan in de dagvaarding beweerd wordt. Schrik niet: advocaten schrijven elkaar standaard aan met de aanhef ‘Geachte confrère’ (in geval van een man) of ‘Geachte collega’ (bij een vrouw).

Hebben ze elkaar ooit twee keer eerder gezien, dan is het ‘Amice’ en ‘Amica’. Dit betekent niet dat ze goede vrienden zijn. De tekst die daaronder volgt is vaak ook minder vriendelijk.

Uw advocaat reageert ook richting de rechtbank op de dagvaarding. Dit papieren document wordt ‘conclusie van antwoord’ genoemd. Bij dat stuk zitten natuurlijk ook bijlagen, maar dat zijn in het juridische jargon ‘producties’. Als u een tegenvordering wilt instellen, dient uw advocaat een ‘eis in reconventie’ in.

Uw advocaat kunt u eventueel ook raadsman noemen, maar nooit raadsheer

Bij een procedure horen nog meer termen. Uw advocaat kunt u eventueel ook raadsman noemen, maar nooit raadsheer. Een raadsheer is een rechter bij het gerechtshof (dat gaat over hoger beroep) of de Hoge Raad, ook als het een vrouw is. Een voorzieningenrechter is een rechter in kort geding.

Een bodemprocedure heeft niets te maken met vervuilde grond. Dit is een ‘normale’ procedure die, in tegenstelling tot een kort geding, in alle rust behandeld wordt. Zo’n procedure duurt dan ook al snel een jaar of langer.

En het proces-verbaal van de zitting is een kort verslag dat de griffier opstelt. Het heeft niets te maken met de politie.

De rechtbank wijst vonnis

Uiteindelijk, na maanden van procederen, maakt (‘wijst’) de rechtbank een vonnis. Vaak is dat vonnis ‘uitvoerbaar bij voorraad’. Dat heeft, verwarrend genoeg, niets te maken met welke voorraad dan ook. Het betekent dat degene die gelijk heeft gekregen het vonnis meteen kan laten uitvoeren, ook als de ander in hoger beroep gaat.

Verwarrend is het ook als de rechtbank aan het einde van het vonnis schrijft dat de proceskosten ‘gecompenseerd’ worden. Dat klinkt sympathiek, alsof u een bedrag terugkrijgt. Maar het betekent juist dat iedere partij bij het proces haar eigen kosten moet betalen.

Het laten uitvoeren van het vonnis heet ook wel ‘executeren’

Het laten uitvoeren van het vonnis heet ook wel ‘executeren’. Zo betekent executoriaal beslag dus ook dat er geïncasseerd wordt, bijvoorbeeld door het in een vonnis toegewezen bedrag van de bankrekening af te halen van degene die het moet betalen.

Conservatoir beslag is alleen nog maar bedoeld om de zaken veilig te stellen. Als u conservatoir beslag legt op iemands banktegoed, incasseert u het niet, maar bevriest de bank het saldo zodat er niemand meer bij kan, ook de eigenaar niet.

Vindt u dit wartaal? Nee, maar ik vind het wél onbegrijpelijk

Veel juridische taal is omfloerst en formeel, maar soms is het juist ronduit beledigend. Als een bepaald verweer van uw advocaat niet gevolgd wordt, concludeert de rechtbank met een standaardoverweging dat het betoog ‘onvoldoende gemotiveerd’ was. Oók als u juist alle argumenten uit de kast getrokken heeft.

Rechters zelf hebben het ook niet makkelijk. Als een hogere rechter anders tegen de zaak aankijkt, levert hij geen beleefd commentaar, maar stelt hij geregeld vast dat het oordeel van de lagere rechter ‘onbegrijpelijk’ is. Daarmee wordt niet bedoeld dat het volslagen krankjorum is, maar alleen dat het juridisch niet juist is.

Hoger beroep

In hoger beroep wordt er weer heel ander jargon gebruikt. Degene die het hoger beroep begint, wordt appellant genoemd, de andere partij geïntimeerde. De appellant beschrijft in een ‘memorie van grieven’ wat er allemaal mis is met het vonnis van de rechtbank. De geïntimeerde reageert daarop met een ‘memorie van antwoord’ en vervolgens wijst het gerechtshof een arrest (geen vonnis).

Bij deze termen gaat het niet om gewichtigdoenerij, deze stukken en partijen heten nu eenmaal zo. Dat is anders voor de meeste Latijnse termen. Bijvoorbeeld in de processtukken strooien met het onnodige ‘quod non’ om te benadrukken dat iets onjuist is.

Sommige advocaten hebben ook de neiging om bij twee woorden die hetzelfde betekenen steeds te kiezen voor de minst bekende, ‘chiquere’ variant. Faillissement wordt bijvoorbeeld insolventie, en ze hebben het over (contra)enquête waar gewoon een getuigenverhoor bedoeld wordt.

Het klinkt allemaal gewichtig, maar als u weet wat het betekent, stelt het niet zo veel meer voor. Neem het ‘sans prejudice’ uit het begin van dit artikel. Dit betekent alleen maar dat u aan bijvoorbeeld een schikkingsvoorstel geen verdere rechten kunt ontlenen. Dat iemand een bepaald bedrag aanbiedt, betekent dus niet dat hij erkent dat hij aansprakelijk is.

Het is meestal een overbodige toevoeging. Maar als u er eenmaal mee begint, moet u ook consequent zijn. Dus als u toezegt de boodschappen te doen, moet dat ‘geheel sans prejudice’, anders zit u er voortaan iedere week aan vast.