Ontslag op staande voet vanwege vals coronatestbewijs

Een werknemer in de Rotterdamse haven werd op staande voet ontslagen omdat hij een vervalst coronatestbewijs gebruikte om onder zijn re-integratieverplichtingen uit te komen. Misleiding van de werkgever en daarom terecht ontslagen, zo oordeelde de kantonrechter in Rotterdam onlangs.

14 januari 2022 | Door redactie

Omdat de werknemer zich ziek had gemeld, werd hij uitgenodigd voor het spreekuur van de bedrijfsarts. Op de dag van de afspraak mailde de werknemer naar zijn werkgever dat hij positief was getest op corona en dat hij daarom niet op het spreekuur kon verschijnen. Als bewijs voegde hij een positieve testuitslag toe.

Werknemer bevestigde echtheid testbewijs

De werkgever twijfelde over de echtheid van het coronatestbewijs omdat de geboortedatum op het document niet overeenkwam met die van de werknemer. Ook stond zijn naam in een ander lettertype dan de rest van de tekst. In het hieropvolgende gesprek gaf de werknemer uitdrukkelijk aan dat het testbewijs echt was en vertelde hij waar de test was afgenomen.
Na navraag door de werkgever bij de betreffende testorganisatie bleek dat zij het testbewijs niet had opgesteld. De werkgever informeerde vervolgens de werknemer per brief dat hij wegens valsheid in geschrifte op staande voet was ontslagen.

Werknemer kon zijn kant van het verhaal niet doen

De werknemer vond dat er geen grond was voor het ontslag op staande voet en verzocht de werkgever het ontslag in te trekken. Toen de werkgever dit weigerde, stapte de werknemer naar de kantonrechter, waar hij onder meer een vernietiging van het ontslag op staande voet en een billijke vergoeding eiste.
De werknemer meende dat hij van de werkgever niet de gelegenheid had gekregen om zijn kant van het verhaal te doen. Bovendien zou de werkgever in strijd hebben gehandeld met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) door het opvragen, vastleggen en delen van medische informatie. De werknemer verzocht de rechter daarom dit onrechtmatige bewijs buiten beschouwing te laten.

Geen andere middelen om waarheid te achterhalen

De kantonrechter oordeelde dat de werkgever wel degelijk een dringende reden had voor ontslag op staande voet. Door het plegen van valsheid in geschrifte had de werknemer het vertrouwen van de werkgever dusdanig geschaad en kon er van de werkgever redelijkerwijs niet verwacht worden het dienstverband met de werknemer nog langer te laten voortduren. Dat de werknemer, ook na te zijn geconfronteerd met de verdenkingen, volhield dat het testbewijs echt was, rekende de rechter de werknemer extra aan.
Daarnaast was er volgens de rechter geen sprake van onrechtmatig verkregen bewijs. De werknemer had het testbewijs uit eigen beweging aangeleverd. De werkgever handelde ook niet in strijd met de AVG, omdat er geen ander geschikter en minder verstrekkend middel was om de echtheid van het testbewijs boven tafel te krijgen. Het ontslag bleef dan ook staan.
Rechtbank Rotterdam, 7 januari 2022, ECLI (verkort): 89