Meer invloed medezeggenschap bij bedrijfseconomisch ontslag

Een bestuurder moet volgens de nieuwe uitvoeringsregels voor ontslag via UWV de personeelsvergadering (PV) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) raadplegen als hij 25% van de werknemers wil ontslaan. UWV neemt een aanvraag zonder raadpleging van de PV of PVT niet in behandeling.

20 augustus 2018 | Door redactie

In organisaties met 50 werknemers of meer was de bestuurder al verplicht om de OR om advies (tools) te vragen bij ontslag om bedrijfseconomische redenen. UWV neemt de ontslagaanvraag niet in behandeling als er geen OR-advies is. De nieuwe uitvoeringsregels voor ontslag via UWV – die sinds 1 augustus 2018 gelden – verduidelijken dat een bestuurder in een organisatie met tien tot 50 werknemers de PV of PVT moet raadplegen als hij minimaal een kwart van zijn werknemers wil ontslaan om bedrijfseconomische redenen. Bestuurders in organisaties met 50 werknemers of meer die ten onrechte geen OR hebben gesteld, moeten ook hun PV of PVT raadplegen. Ook hier geldt dat UWV de ontslagaanvraag niet in behandeling neemt zonder raadpleging van medezeggenschap.

OR kan deskundige inschakelen bij adviesaanvraag

De OR heeft op basis van artikel 25 lid 1d van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) adviesrecht bij ontslag om bedrijfseconomische redenen. De bestuurder moet de OR om advies vragen op het moment dat het advies nog mee kan wegen in het uiteindelijke besluit. Als een OR zelf niet voldoende kennis in huis heeft om te beoordelen of het toch niet mogelijk is om de banen te behouden, kan de raad op basis van artikel 16 WOR een externe deskundige inschakelen.