Ontslag door niet naleven re-integratieplicht?

Een werkgever kan een zieke werknemer ontslaan als hij onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie. Wel geldt de voorwaarde dat de werknemer ernstig verwijtbaar moet hebben gehandeld.

2 februari 2017 | Door redactie

Rechtbank Rotterdam oordeelde onlangs over een ontslagverzoek voor een depressieve werkneemster. Zij was herhaaldelijk niet komen opdagen voor re-integratiewerk. De werkneemster liet daarna weten in Turkije te zijn, om haar ernstig zieke vader te bezoeken. Op Facebook stond echter dat ze in Mallorca aan het werk was voor een nachtclub. Omdat zelfs het opschorten van het loon geen effect sorteerde, ging de werkgever over tot ontslag.

Ontslag zonder deskundigenoordeel

De rechter vond dat de werkneemster de re-integratie totaal niet serieus had genomen. Voor ontslag was wel een deskundigenoordeel nodig. De werkgever had dit aangevraagd, maar UWV kon geen oordeel geven omdat de werkneemster onbereikbaar was. Dit was niet de schuld van de werkgever. Vanwege het ernstig verwijtbaar handelen volgde een ontslag zonder transitievergoeding (tools).

Onrechtmatige inzet bedrijfsrecherche

In een andere recente zaak bij Rechtbank Rotterdam lukte het een werkgever niét om te ontslaan wegens ernstig verwijtbaar handelen van een zieke werknemer. De werknemer kon door reuma fysieke taken niet meer aan. De werkgever had via een anonieme melding gehoord dat hij voor zijn eigen botenbedrijf wel fysiek werk zou verrichten. Hij besloot de werknemer tijdens zijn vrije tijd te laten schaduwen door twee bedrijfsrechercheurs. Op basis van hun bevindingen en zonder overleg met de bedrijfsarts diende de werkgever een ontslagverzoek (tool) in.

Werkgever ernstig verwijtbaar

De rechter wees het ontbindingsverzoek af omdat uit het deskundigenoordeel van UWV en de rapportages van de bedrijfsarts niet bleek dat de werknemer zijn re-integratieplichten niet naleefde. Op verzoek van de werknemer beëindigde de rechter toch het contract. Juist de werkgever had door allerlei fouten ernstig verwijtbaar gehandeld. De volledig onnodige inbreuk op het privéleven werd bestraft met een billijke vergoeding van € 55.000.
Rechtbank Rotterdam, 4 januari 2017, ECLI (verkort): 151
Rechtbank Rotterdam, 17 januari 2017, ECLI (verkort): 434