Ontslag voor werknemer die geen mondkapje draagt

Het stelselmatig weigeren om een mondkapje te dragen in een werkomgeving waarin een mondkapjesplicht redelijk is, kan leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Dat ondervond een schoonmaker van vliegtuigen op Schiphol onlangs.

19 november 2021 | Door redactie

Vanwege het coronavirus hanteerden zowel de luchthaven Schiphol als luchtvaartmaatschappijen een strikte mondkapjesplicht in vrijwel alle ruimten op de luchthaven en aan boord van vliegtuigen. De werkgever uit deze zaak had dit in een brief aan de werknemers, die schoonmaakten voor de luchtvaartmaatschappijen, kenbaar gemaakt.

Werknemer gaf collega’s het verkeerde voorbeeld

Deze boodschap was aan dovemansoren gericht. De werknemer weigerde tot viermaal toe een mondkapje te dragen. Tussen de incidenten door voerde de werkgever een gesprek met de werknemer, waarin hij de werknemer wees op het belang van het dragen van een mondkapje. Ook werd de werknemer gewaarschuwd dat een weigering gevolgen kon hebben voor zijn dienstverband.
Ondanks het gesprek bleef de werknemer weigeren een mondkapje te dragen, waarmee hij volgens de werkgever de relatie met klanten in gevaar bracht en zijn collega’s het verkeerde voorbeeld gaf. Na de laatste weigering werd de werknemer per brief op non-actief gesteld en werd de loonbetaling stopgezet. Uiteindelijk verzocht de werkgever de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Werkgever had zwaarwegend bedrijfsbelang

De werkgever meende dat hij een zwaarwegend bedrijfsbelang had om zijn werknemers te instrueren een mondkapje te dragen. Hij vond het een redelijk voorschrift omdat klanten dit verlangden. Ook voerde hij aan verplicht te zijn om te zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving voor zijn werknemers.
De werknemer bracht ter verdediging stukken in, maar omdat de inhoud daarvan in het Engels was opgesteld (niet de voertaal in de procedure), onsamenhangend was geformuleerd en met geen mogelijkheid te begrijpen was, kon de rechter geen acht slaan op deze stukken.

Geen transitievergoeding door ernstig verwijtbaar handelen

De kantonrechter oordeelde dat er vanwege verwijtbaar handelen van de werknemer een redelijke grond was voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werkgever was bevoegd redelijke voorschriften – voorschriften in lijn met die van de luchthaven Schiphol en het RIVM – te geven en de werknemer moest zich daaraan houden. De werkgever had meermaals gewaarschuwd omdat de werknemer zich niet aan het voorschrift hield, met het risico dat klanten hun opdracht konden intrekken. Door de hardnekkige houding van de werknemer en het feit dat hij wel het belang van de maatregelen inzag door een sjaal of doek als mond- en neusbescherming te dragen, was er zelfs sprake van ernstig verwijtbaar handelen en verloor de werknemer ook het recht op een transitievergoeding.
Rechtbank Noord-Holland, 5 november 2021, ECLI (verkort): 10055

Bijlagen bij dit bericht