Soms transitievergoeding na vrijwillig vertrek

In sommige gevallen bent u toch een transitievergoeding verschuldigd bij vrijwillig vertrek van de werknemer. Normaal gesproken is dit alleen zo als u de werknemer ontslaat, maar dit is anders als een werknemer uw organisatie verlaat vanwege verwijtbaar handelen of nalatigheid door u.

17 augustus 2015 | Door redactie

Elke werknemer die minstens twee jaar voor uw organisatie heeft gewerkt en gedwongen vertrekt, heeft recht op een transitievergoeding. In veruit de meeste gevallen zal de dienstbetrekking eindigen omdat u de (tijdelijke) arbeidsovereenkomst beëindigt of niet verlengt. Maar het is ook mogelijk dat de werknemer zich gedwongen voelt om zijn contract op te zeggen of een aanbod voor een contractverlenging te weigeren. In de regel is een transitievergoeding in zo’n geval niet aan de orde, tenzij er sprake is van nalatigheid of verwijtbaar handelen door uw organisatie. 

Beëindigingsovereenkomst in plaats van transitievergoeding

In het geval dat een werknemer vertrekt vanwege verwijtbaar handelen of nalatigheid, bent u hem toch de wettelijke transitievergoeding verschuldigd. U kunt in zo’n geval ook een beëindigingsovereenkomst met de werknemer sluiten. Dan bestaat er echter wettelijk gezien geen recht op een transitievergoeding. De werknemer zal waarschijnlijk niet met de overeenkomst instemmen als u hem geen vergoeding biedt, maar u kunt de hoogte van de vergoeding dan wel zelf – in overleg met de werknemer – bepalen.

Bijlagen bij dit bericht

Probleemoplossing en besluitvorming
E-learning | VideoCollege 13 minuten