Wat is de positie van de payroller bij ontslag om bedrijfseconomische redenen?

2 juni 2020

Bij onze organisatie hebben we werknemers die rechtstreeks bij ons in dienst zijn en werknemers die op basis van payrolling bij ons werken. Nu moeten we bezuinigen en dat betekent ook dat we medewerkers moeten ontslaan. Moeten we de overeenkomsten van onze payrollmedewerkers als eerste beëindigen?

Voor de beoordeling of sprake is van een redelijke grond voor ontslag zijn de omstandigheden bij de opdrachtgever bepalend. Moet uw organisatie vanwege bedrijfseconomische redenen het afspiegelingsbeginsel toepassen, dan vallen payrollmedewerkers niet automatisch in de groep van flexibele werknemers, zoals bij uitzendkrachten het geval is. 

Als in een bepaalde groep uitwisselbare functies zowel payrollers als eigen werknemers zitten, dan kan dit dus tot gevolg hebben dat bij de toepassing van het afspiegelingsbeginsel de payrollers mogen blijven ten koste van uw 'eigen' werknemers.

Wederindiensttredingsvoorwaarde ook voor payrollers

Als UWV een ontslagvergunning voor een payroller verleent of de kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, geldt ook de wederindiensttredingsvoorwaarde. Heeft uw organisatie binnen 26 weken na de toestemming voor het ontslag werkzaamheden van dezelfde aard beschikbaar, dan moet u ook de ontslagen payroller weer benaderen, volgens het omgekeerde afspiegelingsbeginsel.