Kennisoverdracht in de knel bij vertrek

Veel medewerkers hebben er geen moeite mee als hun collega’s vertrekken. Daarvoor zijn verschillende redenen. Veel medewerkers denken dat het goed is voor de persoonlijke ontwikkeling om af en toe van functie of werkgever te wisselen. Er is echter wel een probleem bij het vertrek van medewerkers: kennis gaat vaak verloren als gevolg van een slechte overdracht.

27 maart 2013 | Door redactie

Uit onderzoek van Driessen HRM Payroll en TNS Nipo onder meer dan 1.000 werkenden in de sectoren overheid, onderwijs, zorg & welzijn en cultuur blijkt dat slechts 5% denkt dat collega’s onmisbaar zijn. Gemiddeld 25% zou zijn collega’s niet willen missen. Eén op de vier medewerkers denkt dat het goed is voor de persoonlijke ontwikkeling om zo nu en dan eens te wisselen van functie of werkgever.
Een probleem bij het vertrek van een medewerkers is echter de kennisoverdracht. Er blijkt veel kennis verloren te gaan. Vrouwen blijken bij vertrek beter te zijn in het overdragen van kennis aan een nieuwe collega. Bijna 70% doet dit zonder moeite. Bij mannen is dit nog geen 50%.

Kennisoverdracht bij vertrek medewerker

Gemiddeld is één op de drie geïnteresseerd in een nieuwe baan. Die interesse lijkt af te nemen naarmate medewerkers ouder zijn. Vanaf 55 jaar heeft nog maar één op de vijf medewerkers interesse in een nieuwe baan. Ook binnen uw organisatie zullen medewerkers dus uitkijken naar een nieuwe baan. Al blijven sommigen misschien ook nog even op hun plek vanwege de onzekerheden die de crisis met zich meebrengt.
Gaat een medewerker uit dienst, zorg dan dat de overdracht goed geregeld is. De vaktool ‘Overdrachtsformulier bij het verlaten van de organisatie’ kan hierbij als leidraad dienen. Daarmee maakt de vertrekkende medewerker een overzicht van zijn taken en kan hij stapsgewijs nalopen welke specifieke kennis hij moet overdragen aan de nieuwe medewerker.