VERDIEPINGSARTIKEL

Vanaf 2022 een persoonlijk leer- en ontwikkelbudget van de overheid (STAP)

De beroepsbevolking moet zich een leven lang ontwikkelen, zo vindt het kabinet. Hiervoor kan een leer- en ontwikkelbudget nuttig zijn. Dit budget maakt het voor werknemers makkelijker om zelf de regie over hun loopbaan te voeren. Ze kunnen met het geld bijvoorbeeld een opleiding volgen of zich laten coachen. Een deel van de werknemers heeft al een budget via de werkgever. In 2022 introduceert de overheid een aanvulling.


21 september 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De arbeidsmarkt verandert, onder meer door snelle technologische ontwikkelingen, globalisering, de hogere pensioenleeftijd en natuurlijk de coronacrisis. De veranderingen benadrukken het toenemende belang van een leven lang leren en ontwikkelen.

Een werknemer die aan zijn duurzame inzetbaarheid werkt, komt gemakkelijker mee op een arbeidsmarkt waarin banen verdwijnen, nieuwe banen verschijnen en werk inhoudelijk wijzigt. Zeker voor mensen die vooral routinematig werk verrichten, zijn nu investeringen in duurzame inzetbaarheid nodig.

Maar bepaalde groepen blijken zich gemiddeld genomen weinig bij te scholen

Maar bepaalde groepen blijken zich gemiddeld genomen weinig bij te scholen. Het gaat om praktisch opgeleiden, ouderen, flexwerkers, werknemers in het mkb en zzp’ers. Een zeer grote groep dus!

Leercultuur is verantwoordelijkheid van werkgever

Demissionair minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beschrijft dit scholingsprobleem in een toelichting op de nieuwe subsidieregeling Stimulering van de Arbeidsmarktpositie (STAP). Deze subsidieregeling is onderdeel van het kabinetsbeleid voor een leven lang ontwikkelen (LLO).

De minister geeft aan dat het creëren van een leercultuur in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van werkgevers en het individu. De overheid heeft echter ook baat bij een goed draaiende economie en ondersteunt LLO daarom met beleid.

Eén van de ondersteunende overheidsmaatregelen is het aanbieden van subsidie voor (het organiseren van) scholing. Vorig jaar werd de subsidie van de Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen (SLIM) (tool) in het leven geroepen. In 2022 volgt het STAP-budget.

Leer- en ontwikkelbudget vanuit markt én overheid

Private partijen, zoals sociale partners, opleidings- en ontwikkelingsfondsen (O&O-fondsen) en werkgevers, stellen steeds vaker individuele leer- en ontwikkelbudgetten beschikbaar. Volgens het ministerie van SZW ging het bijvoorbeeld in 2017 om 24% van de werknemers die onder een cao vielen.

 

Om deze ontwikkeling te stimuleren, heeft de Belastingdienst een document gepubliceerd met een verduidelijking van de fiscale regels voor deze private leerbudgetten.

 

U vindt meer informatie in de brochure ‘Scholingskosten in de loonheffingen’. Het STAP-budget zal vanaf 2022 naast de private budgetten bestaan. Zo kunnen ook mensen zonder privaat leerbudget geld voor scholing krijgen.

STAP-budget: individueel leer- en ontwikkelbudget

Het STAP-budget is te zien als een individueel leer- en ontwikkelbudget dat niet door een werkgever, maar door de overheid wordt aangeboden. Met het geld kan iemand zich laten omscholen naar een sector of beroep met meer toekomstperspectief. Dat versterkt de arbeidsmarktpositie en dat is precies het doel van het STAP-budget.

De regeling vervangt per 1 januari 2022 de huidige fiscale aftrek voor scholingsuitgaven

De regeling vervangt per 1 januari 2022 de huidige fiscale aftrek voor scholingsuitgaven in de inkomstenbelasting. De minister verwacht dat het STAP-budget meer zal bijdragen aan LLO dan de fiscale aftrekmogelijkheid.

Uit onderzoek blijkt dat in de meeste situaties waarin de fiscale aftrek wordt ingezet, de scholing ook zou zijn gevolgd zonder de fiscale regeling. Een reden hiervoor kan zijn dat voor de fiscale aftrek de scholing altijd eerst moet worden voorgeschoten; pas achteraf is geld terug te krijgen via de belastingaangifte.

Deze opzet is in het nadeel voor mensen met een laag inkomen. Zij maken minder gebruik van de regeling. Bovendien is maar een deel van de scholingskosten terug te krijgen. Er is áltijd een eigen bijdrage nodig.

Toegankelijke subsidie voor leren en ontwikkelen

De opzet van het STAP-budget is anders. Het subsidiegeld is vóór de start van een scholingsactiviteit aan te vragen bij UWV; de aanvrager hoeft geen bedrag voor te schieten. Keurt UWV de aanvraag goed, dan betaalt het instituut een voorschot van 100% van het subsidiebedrag aan de opleider van de aanvrager.

Hoeveel STAP-budget er per persoon bij een aanvraag kan worden aangevraagd, hangt af van de hoogte van de scholingskosten en niet van het inkomen. Een eigen bijdrage is niet per se nodig.

Als de scholing inclusief BTW € 1.000 of minder kost, kan de aanvrager de scholing volledig vergoed krijgen. Is een opleiding duurder, dan betaalt de aanvrager in principe wel zelf het meerdere. Het volgen van scholing wordt door deze opzet toegankelijker voor iedereen op de arbeidsmarkt.

Meerjarige opleiding

Het STAP-budget is op termijn ook te gebruiken voor meerjarige scholing: scholing met een studieduur van langer dan 12 maanden. Per aanvraag is een subsidiebedrag voor één opleidingsjaar te ontvangen, met een maximumbedrag van € 1.000.

 

Om ook voor een volgend opleidingsjaar het STAP-budget te ontvangen, moet de aanvrager in een nieuw aanvraagtijdvak opnieuw een aanvraag indienen. Dit volgende opleidingsjaar moet starten binnen vijf maanden na de sluiting van het aanvraagtijdvak waarin de vervolgaanvraag is ingediend.

Aanvraagtijdvak STAP-subsidie

Hoewel de fiscale aftrek van scholingsuitgaven per 1 januari 2022 wordt afgeschaft, begint de STAP niet direct aan het begin van 2022. UWV werkt momenteel aan een site voor de subsidieaanvraag, terwijl DUO een scholingsregister ontwikkelt met goedgekeurde scholingsactiviteiten waarvoor het STAP-budget is te gebruiken. Het eerste aanvraagtijdvak opent op 1 maart 2022.

Enkele onderdelen van de regeling gaan later in, waarschijnlijk per 1 januari 2023. Het gaat om de mogelijkheid om het budget voor meerjarige scholing of erkenning van verworven competenties (EVC) aan te vragen en de mogelijkheid om het budget te combineren met bijdragen van derden (cofinanciering). De regeling is tijdelijk en vervalt per 1 januari 2027.

Doelgroep: iedereen op de Nederlandse arbeidsmarkt

De doelgroep van de STAP is in de regeling heel precies omschreven. Kort gezegd kan vrijwel iedereen op de Nederlandse arbeidsmarkt het STAP-budget aanvragen, ook werknemers van uw organisatie. Een werknemer vraagt het budget altijd zelf aan, als werkgever kunt u dit niet doen.

De aanvraag verloopt online. Daarbij vraagt UWV om gegevens, zoals de start- en einddatum van de scholing, het zogeheten STAP-aanmeldingsbewijs van de opleider, informatie over het opleidingsverleden, de arbeidsmarktpositie en het eventuele werk van de aanvrager en het doel van de scholingsactiviteit.

Subsidievaststelling STAP-budget

Binnen vier weken na de aanvraag beslist UWV over de subsidieverlening. Ook de opleider van de aanvrager krijgt daarover bericht, zodat die een factuur naar UWV kan versturen voor het voorschot op het subsidiebedrag. Na afronding van de scholingsactiviteit volgt de subsidievaststelling.

Afronding is een voorwaarde voor de subsidie

Afronding is een voorwaarde voor de subsidie. Wat afronding inhoudt, verschilt per scholingsactiviteit. Het kan bijvoorbeeld gaan om een diploma, certificaat of een aanwezigheidpercentage van 80%. Bij een meerjarige opleiding gaat het om 80% van de studiepunten.

Een groot deel van de scholingskosten is subsidiabel, waaronder lesgeld, examengeld en verplichte leermiddelen. Ook kosten voor een EVC-procedure zijn subsidiabel. Voor bedrijfsspecifieke opleidingen en trainingen is de STAP niet bedoeld.

Voorwaarden

UWV keert in principe alleen subsidie uit als de scholing start vanaf vier weken na de dag van de subsidieaanvraag en binnen drie maanden na de sluiting van het aanvraagtijdvak. Maar een latere start van de scholing is toegestaan als de opleider niet eerder met de scholing kan starten. De redelijkheid speelt daarbij een rol.

De subsidie is uitgesloten voor iemand die jonger is dan 30 jaar én die voor de scholing studiefinanciering kan ontvangen. Ook als iemand al via een andere subsidieregeling geld ontvangt voor de subsidiabele kosten of voor deze kosten een bijdrage van een derde krijgt, betaalt UWV niets.

Van zo’n (mogelijke) bijdrage moet bij de aanvraag melding worden gedaan. De regeling maakt het voor werknemers wel mogelijk om scholingskosten deels te betalen met het STAP-budget en deels met een bijdrage van de werkgever.

Een ontwikkeladvies van een loopbaanadviseur kan de werknemer helpen de juiste keuzes te maken voor scholing. De overheid maakt hier ook werk van, bijvoorbeeld via de regeling NL leert door.

Subsidieplafond van STAP

De kans op subsidie wordt beperkt door een jaarlijks subsidieplafond. Dit bedrag wordt verdeeld over de aanvraagtijdvakken. In de vijf tijdvakken in 2022 gaat het om € 36 miljoen per tijdvak. Op de aanvragen in een tijdvak is het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ van toepassing.

 

De verwachting is dat UWV jaarlijks in ieder geval 200.000 subsidieaanvragen kan goedkeuren. Maar waarschijnlijk is het aantal nog (veel) hoger omdat veel scholingsactiviteiten minder dan het maximum van € 1.000 kosten.