Is er wel sprake van wederzijds goedvinden?

Een beëindigingsovereenkomst die tot stand kwam onder invloed van dreiging van een ontslag op staande voet, is vernietigbaar. Dat oordeelde het gerechtshof in Arnhem eerder dit jaar. Als werkgever mag u niet op zo’n manier een beëindigingsovereenkomst afdwingen. U heeft bij ontslag met wederzijds goedvinden juist een onderzoeksplicht om ervoor te zorgen dat de werknemer eenduidig en ondubbelzinnig instemt met het ontslag.

12 december 2013 | Door redactie

Een werkgever dreigde in deze zaak om een werkneemster op staande voet te ontslaan, als zij de beëindigingsovereenkomst niet zou tekenen. De werkneemster zwichtte onder de druk en tekende de overeenkomst. Later bedacht ze zich en riep de vernietigbaarheid in van het ontslag.

Laat de werknemer juridisch advies inwinnen

Toen de zaak eenmaal voorlag bij het gerechtshof in Arnhem, stelde het hof (net als de kantonrechter) de werkneemster  in het gelijk. De werkgever had niet op deze manier een beëindigingsovereenkomst mogen forceren. Daar kwam bij dat de werkneemster geen kans had gehad om juridisch advies in te winnen. De arbeidsovereenkomst bleef daarom gewoon in stand.

Voorkom vernietiging van de beëindigingsovereenkomst

Zoals u kon lezen in het bericht ‘Denk aan uw onderzoeksplicht bij ontslag’ heeft u als werkgever bij ontslag met wederzijds goedvinden een onderzoeksplicht. Dat betekent dat u de werknemer op een juiste en volledige manier moet informeren over het ontslag en de gevolgen daarvan. De werknemer moet eenduidig en ondubbelzinnig instemmen met het ontslag. Is hiervan geen sprake, dan kan de werknemer op een later tijdstip misschien de vernietigbaarheid van de beëindigingsovereenkomst inroepen.
Gerechtshof Arnhem, 23 juli 2013, ECLI (verkort): 5394