Opzegverbod geldt niet door ontkennen alcoholprobleem

Een werknemer vocht zijn ontslag aan omdat het opzegverbod tijdens ziekte zou gelden. De werknemer had wangedrag door alcoholgebruik vertoond. Omdat hij zijn alcoholprobleem ontkende, oordeelde de kantonrechter dat er geen verband was met zijn ziekte.

6 november 2020 | Door redactie

De werknemer, in dienst als montagemedewerker, werd op eind 2019 op staande voet ontslagen omdat hij agressief en gevaarlijk gedrag vertoonde. Zo negeerde hij veiligheidsvoorschriften op de bouwplaats, gooide hij spullen naar beneden en schold hij collega’s en toevallige voorbijgangers uit. Dit schaadde de reputatie van de werkgever. Ook was er bewijs dat hij onder werktijd alcohol gebruikte. De werkgever vermoedde dat de werknemer een alcoholprobleem had, maar de werknemer ontkende dit.

Opzegverbod tijdens ziekte

De werknemer verzocht de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen, omdat er geen dringende reden zou zijn voor het ontslag. Ook zou er een opzegverbod van toepassing zijn. Op basis van artikel 7:670, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek geldt een opzegverbod tijdens de eerste twee jaar van uitval door ziekte, tenzij het ontslag geen verband houdt met de ziekte. De werknemer was sinds 7 mei 2018 ziekgemeld met burn-outklachten en was daarna weer gedeeltelijk aan het werk gegaan om te re-integreren. Volgens de werkgever was het alcoholgebruik en het gedrag van de werknemer niet gerelateerd aan zijn ziekte en gold er dus geen opzegverbod.

Werknemer ontkende alcoholprobleem

De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet terecht was. Het gedrag van de werknemer, zoals het uitschelden van omstanders, was onacceptabel. Ook bracht het werken onder invloed de veiligheid van de werknemer, collega’s en omstanders in gevaar. De werkgever had geprobeerd de werknemer te helpen, maar toen de werknemer zijn alcoholprobleem bleef ontkennen, hielden de mogelijkheden op. Volgens de rechter had de werknemer ‘zelf de situatie gecreëerd dat niet gezegd kan worden dat zijn ziekte en het alcoholgebruik samenhangen’. Dat betekende dat de redenen voor het ontslag op staande voet, namelijk het wangedrag en het alcoholgebruik onder werktijd, niet samenhingen met de ziekte van de werknemer en was er geen sprake van een opzegverbod. Doordat de werknemer het alcoholprobleem ontkende, kon ook dit aspect niet als ziekte aangemerkt worden.
Rechtbank Rotterdam, 31 juli 2020, ECLI (verkort): 7242