Opzegverbod OR-lid per 1 juli 2015 aangepast

Per 1 juli 2015 komt het opzegverbod voor OR-leden te vervallen bij ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen. Dat staat in het deel van de Wet werk en zekerheid (WWZ) dat per 1 juli 2015 ingaat.

4 maart 2015 | Door redactie

De opzegverboden blijven onder de Wet werk en zekerheid gewoon bestaan. Vanaf 1 juli 2015 krijgt het opzegverbod voor OR-leden een toevoeging (pdf, pagina 9) waardoor het ook geldt voor werknemers die op de kandidatenlijst van de OR of PVT staan. Maar de opzegverboden gaan wel anders werken bij bedrijfseconomisch ontslag. Komt een arbeidsplaats namelijk te vervallen vanwege bedrijfseconomische redenen, dan komen alle opzegverboden te vervallen als werknemers hun huidige functie langer dan een half jaar vervullen. Dit geldt dus ook voor het opzegverbod voor OR-leden.

OR-lid komt direct in aanmerking voor bedrijfseconomisch ontslag

Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen vervalt het opzegverbod dus pas nadat de werknemer een half jaar in zijn functie heeft gewerkt. Een werknemer kan zich echter pas na een jaar werkzaam te zijn geweest in de organisatie verkiesbaar stellen en tot OR-lid worden verkozen. Dan is het eerste half jaar waarin het opzegverbod voor een functie geldt al verlopen en komt een OR-lid dus direct in aanmerking voor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen. Alleen als het OR-lid bijvoorbeeld van functie wisselt binnen de organisatie, zal het opzegverbod voor het eerste half jaar in die nieuwe functie gelden.

Opzegverbod na eerste half jaar blijft gelden bij ziekte

Bij ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen blijven de volgende opzegverboden – na het eerste half jaar – wel nog steeds van toepassing:

  • tijdens de eerste twee jaar ziekte;
  • tijdens de zwangerschap, het zwangerschaps- en bevallingsverlof;
  • tijdens militaire of vervangende dienst.

Opzegverbod bij beëindiging van de werkzaamheden

Eindigen de werkzaamheden van het bedrijfsonderdeel waar de werknemer werkt, dan blijft het opzegverbod gelden voor zieke werknemers en tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Voor de dienstplicht en voor zwangere werkneemsters vervalt het. Alleen als alle bedrijfsactiviteiten worden beëindigd, vervalt het opzegverbod voor iedereen.