OR-lid niet onschendbaar door ontslagbescherming

Een OR-lid heeft ontslagbescherming. Zo kan een bestuurder zich niet op een gemakkelijke manier ontdoen van een OR-lid dat regelmatig lastige vragen stelt. Ondanks die ontslagbescherming kan een OR-lid in bepaalde situaties toch de laan uitvliegen.

19 oktober 2018 | Door redactie

Het ontslagverbod (tool) voor OR-leden is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek. Het houdt in dat een bestuurder een OR-lid niet mag ontslaan tijdens zijn lidmaatschap van de OR. Dit recht is niet van toepassing op ambtenaren, voor hen gelden afwijkende ontslagregels. Het ontslagverbod is wel van toepassing op:

  • kandidaat-OR-leden;
  • leden van de OR, COR of GOR;
  • ambtelijk secretarissen;
  • plaatsvervangende OR-leden;
  • oud-OR-leden (korter dan twee jaar geleden);
  • leden van de voorbereidingscommissie van een OR, de COR en de GOR;
  • leden van vaste en onderdeelcommissies van de OR;
  • leden van een arbocommissie;
  • leden van een bijzondere onderhandelingsgroep;
  • leden van een Europese ondernemingsraad.

Bestuurder mag OR-lid op staande voet ontslaan

Ondanks de ontslagbescherming zijn er situaties waarin een OR-lid wel ontslagen mag worden. De werkgever kan een OR-lid ontslaan als de werkzaamheden van de organisatie of het organisatieonderdeel waarin het betrokken OR-lid werkt, worden beëindigd. Ook bedrijfseconomische redenen kunnen ontslag tot gevolg hebben. De Wet werk en zekerheid kent wel één voorwaarde: een ontslagverbod vervalt als een werknemer zijn huidige functie langer dan een half jaar vervult. Tot slot mag een bestuurder een OR-lid ontslaan in de volgende situaties:

  • ontslag met wederzijds goedvinden;
  • ontslag op staande voet;
  • ontslag wegens een gewichtige reden.

Soms toestemming UWV nodig voor ontslag OR-lid

Voor een ontslag van een OR-lid vanwege beëindiging van de werkzaamheden van de organisatie of een organisatieonderdeel, moet de bestuurder toestemming vragen aan UWV. Ook kan de bestuurder naar de kantonrechter stappen. De kantonrechter kan het ontslag verlenen als de reden van het ontslag niet samenhangt met het OR-lidmaatschap of als beëindiging van het dienstverband in het belang van de werknemer is. Verder moet het ontslag van het OR-lid te maken hebben met:

  • regelmatig ziekteverzuim met onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering;
  • disfunctioneren;
  • verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer;
  • werkweigering op grond van een ernstig gewetensbezwaar;
  • een verstoorde arbeidsrelatie;
  • andere omstandigheden die maken dat de arbeidsovereenkomst niet in stand kan blijven.