Doorgaans behoort het onderhandelen met de werkgever(s) over de collectieve arbeidsovereenkomsten (cao) tot het domein van de vakbonden. Daarbij heeft de OR geen formele rol. De OR heeft echter wel bevoegdheden op het gebied van beloning, kán met de bestuurder onderhandelen over arbeidsvoorwaarden als er geen cao is én heeft een bevorderende taak voor de naleving van de regels op het gebied van arbeidsvoorwaarden.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Radboud Hafkenscheid, opleider/adviseur/redacteur/auteur medezeggenschap, e-mail: rh@mzleeuw.nl
Er zijn verschillende mogelijkheden om cao’s af te spreken. Zo zijn er bedrijfstakcao’s die voor grote groepen werknemers in een branche van toepassing zijn, zoals de Metalektro of de cao voor de verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT). Een andere mogelijkheid is om als bedrijf met de bonden over een eigen cao te onderhandelen, zoals Philips of AkzoNobel die hebben.
Ook de voorwaarden kunnen per cao verschillen. Zo heeft een minimum-cao een ondergrens waaraan wél in het voordeel, maar níet in het nadeel van de werknemer mag worden afgeweken. Bij een standaard-cao mag niet ten voordele maar ook niet ten nadele van de werknemer afgeweken worden. Daardoor bevat de cao een dwingend recht voor werkg