De winst in balans
Korte samenvatting
Deze infographic toont de opbouw van de balans (activa en passiva), de berekening van liquiditeit en solvabiliteit, en de stapsgewijze winstberekening van omzet tot netto winst. Met voorbeeldcijfers wordt inzicht gegeven in de financiële positie en rentabiliteit van een onderneming.
Balans: activa en passiva
De balans bestaat uit twee zijden die in evenwicht zijn: bezittingen (activa) en schulden (passiva). Beide zijden tellen op tot 50.
Activa (bezittingen)
-
Vaste activa (zoals huisvesting en machines): 30
-
Vlottende activa (zoals voorraden en debiteuren): 15
-
Liquide middelen (banksaldo): 5
-
Totaal activa: 50
Passiva (vermogen)
-
Eigen vermogen: 20
-
Langlopend vreemd vermogen (bankleningen): 20
-
Kortlopend vreemd vermogen (binnen één jaar te betalen): 10
-
Totaal passiva: 50
Kengetallen: liquiditeit en solvabiliteit
-
Liquiditeit = (vlottende activa + liquide middelen) / kort vreemd vermogen
= (15 + 5) / 10 = 2.
De onderneming kan haar kortlopende schulden tweemaal voldoen met beschikbare middelen. -
Solvabiliteit = eigen vermogen / totaal vermogen
= 20 / 50 = 40%.
Veertig procent van het totaalvermogen is gefinancierd met eigen vermogen.
Winstberekening: van omzet naar netto winst
De winstberekening is opgebouwd in opeenvolgende stappen:
Opbouw van het resultaat
-
Omzet
-
Inkoopkosten
-
= Brutowinst (marge)
-
Operationele kosten (zoals huisvestingskosten en personeelskosten)
-
= EBITDA
-
Afschrijvingen
-
= Bedrijfsresultaat (EBIT)
-
Rentekosten
-
= Winst vóór belasting
-
Belasting
-
= Netto winst
Bij een netto winst van € 500.000 en een eigen vermogen van € 2.000.000 bedraagt de rentabiliteit 25%.