Werkgevers maken dankbaar gebruik van flexibele arbeidsconstructies, zoals uitzenden, payrollen en contracting. Op die manier kunnen zij namelijk beter inspelen op veranderingen of tijdelijke drukte in de organisatie. Wat zijn de verschillen tussen deze arbeidsconstructies en welke rechten en bevoegdheden heeft de ondernemingsraad (OR) hierbij?
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Maxime van Dort, advocaat bij TaylorWessing, e-mail: m.vandort@taylorwessing.com
Bij flexibele arbeid kan het enerzijds gaan om het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, zoals bij uitzenden en payrollen, anderzijds om bijvoorbeeld contracting. Welke vorm van flexibele arbeid de bestuurder het beste kan inzetten, verschilt per situatie.
Als je de verschillen tussen uitzenden, payrollen en contracting kent, kun je beter beoordelen of de gekozen vorm van flexibele arbeid goed past bij de wensen en het beoogde doel van de bestuurder, wat de gevolgen zijn voor jullie achterban en kun je de bestuurder eventueel op alternatieven wijzen.
De Wet op de ondernemingsraden (WOR) geeft de OR hierbij belangrijke rechten en bevoegdheden. Zo kan jullie OR het informatierecht (artikel 31 e.v.