U kunt niet eisen dat een kandidaat blijft

De OR-verkiezingsrondes zijn al pittig genoeg. En zodra kandidaten zich verkiesbaar stellen, wilt u er natuurlijk zeker van zijn dat zij de gehele zittingsperiode in de ondernemingsraad zullen blijven. U zit er tenslotte niet op te wachten dat u halverwege de zittingsperiode opnieuw naar kandidaten moet zoeken. Dat kunt u ondervangen met een verklaring van de kandidaten, maar is dat wel rechtsgeldig?

26 oktober 2010 | Door redactie

Staan uw OR-verkiezingsrondes alweer bijna voor de deur? Net als bij voorgaande verkiezingen is de kans groot dat het weer een hele uitdaging is om alle zetels in de ondernemingsraad gevuld te krijgen. Maar zodra dat is gelukt, hoopt u natuurlijk dat de kandidaten die verkozen zijn wel voor de gehele zittingsperiode voor de raad werkzaam zullen blijven. Als u denkt dit probleem te kunnen ondervangen door de kandidaten een verklaring te laten ondertekenen waarin zij aangeven voor de hele zittingsperiode beschikbaar te zijn, is de kans groot dat u van een koude kermis thuiskomt. Dit is namelijk niet toegestaan. Onlangs speelde een dergelijke situatie zich af.

Niet toegestaan

Twee kandidaten vragen in een voorlopige voorziening om toegelaten te worden tot de verkiezingen, ook al kunnen zij de verklaring om voor de hele zittingsperiode beschikbaar te zijn niet afgeven. Voordat de komende zittingsperiode eindigt, treden zij namelijk uit dienst. De ondernemingsraad weigert daarom hun verzoek en de kandidaten mogen zich niet verkiesbaar stellen. Via het FNV komt de zaak voor de Rechtbank van Amsterdam. Deze oordeelde dat bij het passief kiesrecht de ondernemingsraad maar één eis mag stellen. Dat is dat een kandidaat minimaal één jaar in dienst moet zijn van de organisatie. Dat staat ook zo vermeld in artikel 6 lid 3 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). De eis dat een kandidaat de hele zittingsperiode in de raad zitting zal nemen, kunt u dus niet stellen. Deze is niet rechtsgeldig. U kunt natuurlijk wel in goed vertrouwen met de kandidaten bespreken hoe zij vooruit kijken op de komende zittingsperiode en of zij van plan zijn deze al dan niet af te maken.