Voor drie jaar in de OR, tenzij…

In de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) staat dat OR-leden voor drie jaar zitting nemen in de ondernemingsraad (OR). In de regel staan er daarom elke drie jaar nieuwe OR-verkiezingen op het programma. Maar dat hoeft niet!

9 oktober 2019 | Door redactie

Aan het eind van de driejarige zittingstermijn treden alle OR-leden tegelijk af. Volgens artikel 12 WOR zijn aftredende leden direct herkiesbaar. En dat kan keer op keer. Werknemers kunnen hierdoor erg lang lid blijven van de OR. Dat is niet altijd wenselijk. Nieuwe inzichten en ideeën van nieuwe OR-leden kunnen het functioneren van de OR verbeteren. De OR kan de doorstroming van de leden bevorderen door het aantal zittingstermijnen te beperken tot bijvoorbeeld twee of drie opeenvolgende periodes, of een andere zittingsduur instellen, van twee of vier jaar.

Nieuwe werknemers kunnen eerder meedoen

Een kortere zittingstermijn kan bijvoorbeeld wenselijk zijn als de organisatie snel groeit. In dat geval treedt de hele raad na twee jaar af en volgen er verkiezingen voor een nieuwe OR. Voordeel is dat nieuwe werknemers sneller kunnen meedoen aan de OR-verkiezingen. Door te stemmen (actief kiesrecht) of door zich kandidaat te stellen voor de nieuwe OR (passief kiesrecht). Ook de SER pleitte er onlangs voor om deze kiesrechttermijnen voor de OR te verkorten.

Aftredingsrooster zorgt voor continuïteit en nieuwe gezichten in de OR

Het is ook mogelijk om de zittingsduur te verlengen van drie naar vier jaar. OR-leden blijven dan voor vier jaar aan, tenzij de OR een aftredingsrooster instelt. Volgens dit rooster treedt elke twee jaar de helft van de OR-leden af. Zo blijft de continuïteit gewaarborgd en is er regelmatig ruimte voor nieuwe gezichten in de raad. Een aftredingsrooster betekent wel dat er vaker – elke twee jaar – verkiezingen zullen zijn. En dat kiezers slechts op de helft van het aantal zetels hun stem kunnen uitbrengen. Hierdoor kunnen werknemers hun betrokkenheid verliezen bij de OR.