Vragen over: OR-verkiezingen

Artikel 9, 10 en 11 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) bepalen voor een groot deel de spelregels voor de OR-verkiezingen. De WOR kan echter onmogelijk voorzien in alle situaties. Ondernemingsraden lopen daardoor in de praktijk nog wel eens tegen vragen aan.

30 april 2019 | Door redactie

De Wet op de ondernemingsraden (WOR) bepaalt onder andere wie zich verkiesbaar mag stellen voor de OR en hoe de stemming en bekendmaking van de uitslagen verlopen. In de praktijk doen zich echter ook vaak situaties voor die niet beschreven zijn in de WOR.

Zijn werknemers die gedetacheerd zijn in het buitenland ook stemgerechtigd?

Het is heel ongebruikelijk dat werknemers die door de dochterorganisatie bij de moederorganisatie gedetacheerd worden ook stemrecht hebben bij de moederorganisatie. Zeker als ze in het buitenland werken. Het eigen OR-reglement is hierin leidend. Daarin moet expliciet vermeld zijn dat de gedetacheerde werknemers zowel stemrecht hebben in de dochter- als de moederonderneming.

Is het slim om na tussentijdse verkiezingen ook een nieuw dagelijks bestuur te kiezen?

De WOR verplicht de OR om uit zijn midden een voorzitter te kiezen en om een secretaris aan te wijzen. Dat is de enige randvoorwaarde die de WOR stelt aan de samenstelling van een dagelijks bestuur (DB). Het staat de OR dus vrij om een DB te verkiezen of herkiezen. Een nadeel van een nieuw DB kan zijn dat de eerder opgebouwde kennis en ervaring verloren gaat. Ook kan het een tijdje duren voordat de nieuwe leden zich het DB-werk goed eigen heeft gemaakt. Uiteraard is dit ook afhankelijk van de kandidaten.

Geldt er een ondergrens voor het aantal stemmen voor de OR-verkiezingen?

Over het aantal stemmen bij OR-verkiezingen is niets vastgelegd in wet en regelgeving. Dit vloeit voort uit de gedachte (naar de geest van de WOR) dat elke werknemer – zonder enige voorwaarde – geschikt is om plaats te nemen in de OR. De verkiezing wordt beschouwd als een extraatje, maar is niet de legitimering van de OR en haar besluitvorming nadien. Als de bestuurder en de OR overtuigd zijn van optimale inzet om kandidaten te werven en de organisatie van de verkiezingen goed verlopen is, mag het opkomstpercentage (hoe laag ook) gezien worden als een bijverschijnsel. Daarop kan geen enkele werknemer, OR-lid of bestuurder aanspraak maken als hem dat later zo uitkomt. Een argument zoals ‘slechts 10% van de werknemers heeft getemd’ is dus nooit een geldig argument om een mening te onderbouwen of te ontkrachten.