Mag een lid van de arbocommissie ook in de OR?

22 juli 2019

Onlangs zijn er door tussentijdse verkiezingen twee nieuwe leden toegetreden tot onze OR. Eén daarvan is ook lid van de arbocommissie. Hij wil die functie niet neerleggen. Kan dat en zo ja, is het verstandig om naast het OR-werk nog andere functies uit te oefenen?

Er zijn maar weinig OR-leden volledig vrijgesteld van overige werkzaamheden. In die zin is er dus meestal sprake van ten minste één nevenfunctie: het reguliere werk waarvoor het OR-lid in dienst is getreden. Dat een OR-lid verder ook nog in andere advies- of overlegorganen zit, hoeft geen probleem te zijn, zolang niemand dat als een probleem ervaart.

Pet

Om verwarring te voorkomen moet u onderscheid maken tussen commissies, werk- en projectgroepen van de organisatie en die van de OR. De term ‘arbocommissie’ wordt meestal gebruikt voor een commissie van de organisatie, terwijl de vaste commissie van de OR die zich met arbozaken bezighoudt meestal ‘VGW(M)-commissie’ heet (een afkorting voor veiligheid, gezondheid, welzijn en (soms ook) milieu). Het zal duidelijk zijn dat OR-leden zonder meer zitting kunnen hebben in commissies en werkgroepen van de OR zelf. Maar ook aan advies- of overleggroepen van de directie kunnen OR-leden deelnemen. Hetzij vanuit hun OR-werk, hetzij vanuit hun normale functie in de organisatie. Dat hoeft niet te botsen, al kan dat wel. Zorg er altijd voor dat duidelijk is met welke pet OR-leden in die groepen meedraaien.

Vuur

Het komt veel voor dat er in een arbocommissie één of meer OR-leden zitting hebben. Zij zijn daar dan in terechtgekomen juist omdat zij ook in de ondernemingsraad zitten. Het hele gebied van het arbo- en ziekteverzuimbeleid is een belangrijk aandachtsveld voor elke OR. Het is dus wel prettig als de OR dicht bij het vuur zit. Dat kan anders zijn als het maar niet wil vlotten met het van de grond krijgen van dat arbobeleid. De commissie heeft dan blijkbaar niets te vertellen of functioneert niet naar behoren. Een OR kan zich dan met recht afvragen of het wel zinvol is om daaraan deel te nemen. Dankzij zijn uitgebreide instemmingsrechten kan de raad misschien beter eerst afdwingen dat er werkelijk beleid wordt gevoerd. In deze en andere gevallen waarin een OR-lid op basis van zijn lidmaatschap in een advies- of projectgroep van de organisatie zit, gaat het nog al eens mis omdat de OR zijn afvaardiging niet of onvoldoende ‘voedt’. Het OR-lid moet dan werken met zijn eigen ideeën terwijl de OR daar anders over blijkt te denken. Daarmee komt hij in een moeilijke positie, want de overige commissieleden nemen aan dat de OR achter de inbreng van zijn afgevaardigde staat. Zorg er dus altijd voor dat uw afvaardiging regelmatig verslag uitbrengt in de OR-vergadering en dat hij daar te horen krijgt wat uw OR van hem verwacht.

Joker

Sommige raden zijn erg huiverig voor deelname aan een adviesgroep die is ingesteld door de directie. Zij kiezen dan voor de rol van waarnemer: het OR-lid woont de vergaderingen van de commissie of werkgroep bij en ontvangt de agenda’s en verslagen, maar heeft geen inbreng. Dat is geen aantrekkelijke rol. Hij zit er dan toch een beetje voor joker bij en wordt door de overige leden niet als volwaardig medelid beschouwd. Het kost ook veel tijd. Het ontvangen van de verslagen en agenda’s geeft vergelijkbare informatie veel sneller.

Tijdsbeslag van het commissiewerk

De vraag die zich vaak voordoet bij het (on)gevraagd meedraaien in een commissie of werkgroep van de organisatie is of dit ten koste gaat van het OR-werk of de uitoefening van de eigen functie. Als de deelname volledig losstaat van het OR-werk, is het wel duidelijk: de tijd voor het commissiewerk zal ten koste moeten gaan van de tijd voor het eigen werk. Gaat het om deelname namens de OR, dan zijn er vaak extra afspraken nodig om te voorkomen dat het OR-lid in tijdsnood komt. Zonder afspraken vindt deelname plaats in OR-tijd.