Duidelijkheid over intrekken ouderschapsverlof

Heeft een werknemer een verzoek om ouderschapsverlof ingediend en trekt hij dit later weer in, dan kan hij dit niet altijd op een later moment alsnog opnemen. Uit een nota van wijziging bij het wetsvoorstel Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden blijkt dat dit straks ook geldt als het verlof nog niet was ingegaan.

19 juni 2014 | Door redactie

Als een werknemer besluit om zijn ouderschapsverlof niet op te nemen of voort te zetten – bijvoorbeeld omdat hij toch gebruik gaat maken van kinderopvang – kan hij een verzoek indienen om het restant later op te nemen. Als het ouderschapsverlof al ingegaan is, mag de werkgever dat verzoek echter weigeren als hij daarvoor een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft. Onder andere omstandigheden is het recht op ouderschapsverlof onvoorwaardelijk.

Nota van wijziging biedt duidelijkheid

Het is op dit moment niet duidelijk of de werkgever het ouderschapsverlof ook mag weigeren als de werknemer zijn verzoek intrekt voordat hij daadwerkelijk verlof heeft opgenomen. De nota van wijziging (pdf) van de Wet modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden biedt deze duidelijkheid wel. Hierin staat expliciet dat de werkgever het verzoek om het ouderschapsverlof later op te nemen, mag weigeren, ook als het verlof nog niet is ingegaan. Ook in die situatie moet de werkgever hiervoor wel een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang hebben.

Uitgesteld verlof bij zwangerschapsverlof niet weigeren

Op deze aangescherpte regel geldt één uitzondering: als een werkneemster recht heeft op zwangerschapsverlof en daarom haar ouderschapsverlof toch nog niet wil opnemen of voortzetten, houdt zij het recht om het ouderschapsverlof op een ander moment op te nemen. De werkgever mag dit verzoek dan niet weigeren. In het bericht 'Modernisering verlof en arbeidstijden uitgebreid' kunt u lezen welke andere maatregelen er in de nota van wijziging staan.