Vetorecht OR is een sterk recht

2 september 2026 | Door redactie

Het overeenstemmingsrecht geeft de ondernemingsraad (OR) een sterke onderhandelingspositie. Bereikt de bestuurder geen overeenstemming met de OR over zijn voorgenomen besluit, dan heeft hij geen beroepsmogelijkheid. Dat geeft de OR een vetorecht: een ‘nee’ van de OR is een definitief ‘nee’.

nieuws afbeelding

De term ‘overeenstemmingsrecht’ lijkt misschien op ‘instemmingsrecht’, maar het gaat om twee verschillende rechten. Een belangrijk verschil tussen het overeenstemmings- en instemmingsrecht is de beroepsmogelijkheid die de bestuurder heeft als de OR het niet eens is met zijn voorgenomen besluit.

Wel of geen plaatsvervangende toestemming

Gaat de OR niet akkoord met een instemmingsplichtig besluit (artikel 27 WOR), dan heeft de bestuurder de mogelijkheid om plaatsvervangende toestemming te vragen aan de kantonrechter (artikel 27, lid 4 WOR). Bij het overeenstemmingsrecht heeft de bestuurder deze mogelijkheid niet. Bereikt hij geen overeenstemming met de OR, dan mag hij zijn voorgenomen besluit onder geen enkele voorwaarde doorvoeren. Het overeenstemmingsrecht geeft de OR dus echt het laatste woord (artikel).

Het overeenstemmingsrecht is er niet voor niets

Het overeenstemmingsrecht is een sterk recht, en dat is niet voor niets. De bestuurder mag nu eenmaal niet zomaar tornen aan de algemeen geldende regels die werknemers beschermen. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de bestuurder afwijken van regelingen die bijvoorbeeld zijn vastgelegd in de Arbeidstijdenwet (ATW), de Wet flexibel werken (Wfw), de Arbowet en de Wet arbeid en zorg (WAZO). Dit kan alleen als de cao deze mogelijkheid biedt én als hij hierover schriftelijk overeenstemming bereikt met de OR of personeelsvertegenwoordiging (PVT). In welke situaties het overeenstemmingsrecht van kracht is, staat in de genoemde wetten en niet in de Wet op de ondernemingsraden (WOR).

OR kan eisen stellen aan overeenstemming

Voor een goede verstandhouding met de bestuurder doet de OR er goed aan om zich kritisch, maar coöperatief op te stellen. De OR moet het voorstel en de onderbouwing van de bestuurder zorgvuldig beoordelen en mag ook best met de bestuurder onderhandelen voordat hij zijn goedkeuring geeft. Leg duidelijk uit waarom je bepaalde eisen stelt en houd altijd het belang van de organisatie als geheel voor ogen.