De spelregels voor de overlegvergadering van de OR

De term ‘overlegvergadering’ is de wettelijke term voor de vergadering met OR en bestuurder. Zowel de bestuurder als de OR kan het initiatief nemen om de overlegvergadering te plannen. In ieder geval moet er twee keer per jaar een overlegvergadering plaatsvinden over de algemene gang van zaken in de onderneming; het zogenaamde artikel-24-overleg. Deze halfjaarlijkse bijzondere OV is de basis van uw medezeggenschapswerk. Hoe werkt het?

26 februari 2021 | Door redactie

Naast de gewone overlegvergadering is er dus nog een bijzondere halfjaarlijkse overlegvergadering. De halfjaarlijkse overlegvergadering is beschreven in artikel 24 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en heet daarom ook wel het ‘artikel-24-overleg’. De halfjaarlijkse overlegvergadering vindt minimaal twee keer per jaar plaats. Hierin bespreken OR en bestuurder de algemene gang van zaken.

Bestuurder moet advies- en instemmingstrajecten aankondigen

De bestuurder moet in de halfjaarlijkse overlegvergadering ieder voornemen dat kan leiden tot een advies- of instemmingsvraag aan de OR aankondigen. Dit biedt de OR de mogelijkheid om zich in een vroeg stadium voor te bereiden. Hoe eerder en beter de OR op de hoogte is en kan meedenken, hoe groter de kans dat hij invloed kan uitoefenen op het besluit en dat de behandeling van de uiteindelijke advies- of instemmingsaanvraag vlot verloopt.

Aanleidingen om een overlegvergadering in te plannen

Naast het zogeheten artikel-24-overleg is er de vrij in te plannen variant. De spelregels voor de overlegvergadering zijn vastgelegd in artikel 23 en artikel 23a WOR. Tijdens deze vergadering kan elk onderwerp dat de organisatie aangaat aan bod komen. Bestuurder of OR plannen de overlegvergadering in als:  

  • Bestuurder en/of OR over een bepaalde ontwikkeling van gedachten willen wisselen.
  • De OR op basis van het initiatiefrecht (artikel 23, lid 3 WOR) een voorstel heeft ingediend bij de bestuurder. De bestuurder mag hierover pas een besluit nemen nadat hij het voorstel met de OR besproken heeft.
  • De bestuurder een adviesaanvraag heeft ingediend bij de OR. De OR mag pas advies uitbrengen nadat de OR het voorgenomen besluit heeft besproken met de bestuurder.
  • De bestuurder een instemmingsaanvraag heeft ingediend bij de OR. De OR mag pas instemming geven of weigeren nadat de OR de aanvraag met de bestuurder heeft besproken in de overlegvergadering.