Conserverende aanslag strookt met goede trouw verdrag

De conserverende aanslagen die Nederland oplegt ten aanzien van pensioenaanspraken van emigranten stroken met het belastingverdrag dat is gesloten. Zoals het nu is geregeld, handelt Nederland te goeder trouw, oordeelt de Hoge Raad. Maar in de periode vóór 2009 lag dat anders.

17 juli 2017 | Door redactie

Het hoogste rechtscollege gaf antwoord op vragen van de rechtbank in Breda. Daar speelde een zaak van een directeur-grootaandeelhouder die in Nederland een pensioen in eigen beheer (tools) had opgebouwd en ook een lijfrenteaanspraak (tool) had. Toen hij in 2014 verkaste naar Frankrijk, legde de Belastingdienst voor beide oudedagsvoorzieningen een conserverende aanslag op. Met een dergelijke aanslag stelt de Nederlandse fiscus veilig dat hij ook nog kan heffen op het geld in het buitenland.

Nederland haalt voorwaardelijke vrijstelling terug

De vraag van de rechtbank was of Nederland de belastingheffing via de conserverende aanslag naar zich toe mag trekken. Want als dat onterecht gebeurt, getuigt dat niet van ‘goede trouw’ aan het belastingverdrag met Frankrijk.
Advocaat-generaal René Niessen concludeerde eerder dat de Nederlandse handelswijze rond het pensioen strijdig is met de goede trouw. Maar de Hoge Raad komt tot een iets andere conclusie. Volgens het rechtscollege gaat het namelijk om een voorwaardelijke vrijstelling, die Nederland via de conserverende aanslag alsnog belast.

Belastingheffing op ouder pensioen strijdig met verdrag

De Hoge Raad maakte echter wel een onderscheid in de tijd, namelijk de periode voor en na 15 juli 2009. Op die datum is er namelijk een artikel van de Wet op de inkomstenbelasting (tools) in werking getreden. Dit artikel regelt wettelijk dat het om een voorwaardelijke vrijstelling gaat. Bij heffing over pensioenaanspraken die tot en met 15 juli 2009 onbelast zijn gebleven zou Nederland dus in strijd handelen met de goede verdragstrouw, aldus de Hoge Raad.
Voor de lijfrenteaanspraak hield de Hoge Raad een andere periode aan. Voor zover de premies voor de lijfrente zijn betaald na 15 juli 2009 of tussen 1 januari 1992 en 1 januari 2001, is heffing in lijn met het belastingverdrag. Voor de overige periodes niet.
Hoge Raad, 14 juli 2017, ECLI (verkort): 1324