Ex-partner hoeft afkoopsom pensioen niet te delen

Twee ex-echtelieden mogen allebei de opbrengst van de afkoop van hun eigen pensioen in eigen beheer houden. Die afkoopsommen hoeven niet alsnog verrekend te worden, zo heeft het gerechtshof bepaald. De rechtbank had eerder nog wél ingestemd met de eis van de ex-partner die de kleinste afkoopsom had gekregen om het geld te verrekenen.

19 april 2021 | Door redactie

In dit geval ging het om een man en een vrouw die op huwelijkse voorwaarden waren getrouwd. Er was geen verrekenbeding afgesproken. Zo’n beding regelt op papier dat echtelieden elk jaar moeten kijken of hun uitgaven gelijk verdeeld zijn en dat zij dit zo nodig moeten rechttrekken.

Eind aan verdere opbouw pensioen in eigen beheer

Beide partners hadden 50% van de aandelen in een bv. Bij die bv hadden zij ook een pensioen in eigen beheer opgebouwd. Veel directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) hebben in het verleden zo’n pensioenpotje opgebouwd. Maar sinds medio 2017 heeft de overheid verdere opbouw van dit pensioen verboden. Dga’s moesten daarom een keuze maken: bevriezen (laten staan zonder verdere opbouw), omzetten in een oudedagsverplichting (ODV) of afkopen. Om die laatste optie wat te verzachten konden dga’s in de jaren 2017, 2018 en 2019 bij het afkopen rekenen op fiscale voordelen.
In deze zaak hadden de twee ex-partners voor afkoop gekozen. Beiden hadden ook als partner meegetekend voor de afkoop van de ander. Dat was namelijk een verplicht onderdeel van de procedure. Hierdoor kreeg de man in 2017 een bedrag van dik € 237.000 aan ouderdoms- en partnerpensioen op zijn rekening gestort, de vrouw kreeg ruim € 50.000.

Geldt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding?

Het huwelijk werd in juni 2019 ontbonden. De vrouw eiste daarna via de rechter dat de afkoopsommen van het pensioen in eigen beheer alsnog verrekend zouden worden. Zij kreeg eerder gelijk bij de rechtbank.
Het gerechtshof kwam echter tot een andere conclusie. Het hof stelde vast dat een pensioen in eigen beheer onder de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) valt. Die wet regelt dat tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten bij een scheiding gelijk verdeeld moeten worden. Maar na de afkoop was er volgens het hof geen pensioen meer dat onder de Wvps viel, en daardoor hoefde dat geld ook niet meer ‘verevend’ te worden. Uit de stukken leidde het hof af dat de vrouw voldoende op de hoogte was van de gevolgen van afkoop, dus dat was ook geen reden om anders te oordelen. Hét moment om nog over een compensatie te praten was volgens het hof het moment dat het opgebouwde pensioen afgekocht werd. Nu was het te laat. De man had al een betaling gedaan naar aanleiding van het vonnis van de rechtbank, maar de vrouw moest dat geld nu terugstorten.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 maart 2021 (publicatiedatum 29 maart 2021), ECLI (verkort): 2423