Fikse belastingclaim dga door gemodder met pensioen-bv

Voor een directeur-grootaandeelhouder (dga) kan het verleidelijk zijn om geld te lenen uit zijn eigen pensioen-bv. Maar dan is het zaak om ervoor te zorgen dat de dekking van het pensioen niet in gevaar komt. Anders wordt het een duur grapje, blijkt uit een recent gepubliceerde uitspraak van de rechtbank in Breda.

2 maart 2020 | Door redactie

Heel veel dga’s hebben in het verleden binnen hun eigen bv een pensioen in eigen beheer opgebouwd. Maar door die opbouw heeft het kabinet sinds medio 2017 een streep gezet. Tot eind 2019 konden dga’s konden het pensioenpotje nog fiscaal voordelig afkopen of omzetten in een zogeheten oudedagsverplichting.

Pensioen-bv leent ontvangen geld weer uit

De dga in deze zaak had zijn bv in 2006 weer omgezet in een eenmanszaak via de zogeheten geruisloze terugkeer. Het pensioen in eigen beheer dat hij had opgebouwd werd ondergebracht in een aparte pensioen-bv. Die pensioen-bv kreeg een vordering op de ondernemer. De inspecteur oordeelde destijds dat deze lening zakelijk was.
Tot zover nog niks aan de hand. Maar omdat de ondernemer vanaf 2011 kennelijk fiscaal moeilijk kwam te zitten, had de Belastingdienst twee panden in de executieverkoop gedaan. Een deel van de opbrengst ging naar de pensioen-bv, die daarna € 60.000 in kas had. Niet veel later leende de ondernemer in totaal € 50.000 van de pensioen-bv.
Die laatste leningen kwamen niet door de ballotage bij de inspecteur. Zij waren volgens hem onzakelijk en bovendien had de ondernemer zo het pensioen gedeeltelijk afgekocht. De inspecteur rekende het pensioen daarom mee als inkomen en legde een aanslag inkomstenbelasting op naar een inkomen van ruim € 349.000, plus nog een slordige € 70.000 aan revisierente.

Pensioen is afgekocht en dus volledig belast

De ondernemer kaartte die aanslag aan bij de rechter, maar kreeg daar het deksel op de neus. Volgens de rechtbank had de inspecteur aangetoond dat de leningen onzakelijk waren. De kans dat de ondernemer het geld terug zou betalen was gezien zijn financiële positie niet erg groot. De € 60.000 die de pensioen-bv binnenkreeg had zij moeten beleggen in een ‘financieel gezond investeringsobject’, om zakelijk te handelen. Het geld steken in leningen aan de ondernemer voldeed volgens de rechter niet aan die omschrijving.
De pensioen-bv had het geld dus niet uitgeleend, maar uitgekéérd. Al met al concludeerde de rechter dat het pensioen gedeeltelijk was afgekocht. En gedeeltelijke afkoop staat gelijk aan volledige afkoop, zo merkte een andere dga onlangs ook al. En dus mocht de inspecteur het volledige pensioen meerekenen voor de inkomstenbelasting. De aanslag én de rekening voor revisierente bleven overeind.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 december 2019 (publicatiedatum 14 februari 2020), ECLI (verkort): 5699