Opnieuw ‘pensioenkorting’ voor dga’s op komst

Directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) die hun pensioen in een zogeheten oudedagsverplichting hebben zitten krijgen ook volgend jaar te maken met een ‘pensioenkorting’. De cijfers wijzen erop dat dit pensioenpotje ook over het boekjaar 2021 moet worden afgewaardeerd, in plaats van opgehoogd.

23 november 2020 | Door redactie

De oudedagsverplichting (ODV) is één van de keuzes die dga’s hadden bij het omvormen van hun pensioen in eigen beheer. Vanaf dit jaar is het gedaan met de fiscaal voordelige regelingen voor het afbouwen van het dga-pensioen. In de jaren 2017, 2018 en 2019 zijn er in totaal ruim 53.000 ODV’s gevormd.

Na 2020 ook in 2021 negatief percentage

Het idee is dat de ODV vanaf een bepaald tijdstip, vaak vanaf de AOW-leeftijd, het opgebouwde pensioenpotje in 20 gelijke delen uitkeert. In de wet is geregeld dat dga’s de ODV jaarlijks mogen aanpassen (‘oprenten’) met een rentepercentage dat de overheid jaarlijks vaststelt. Dit percentage is gebaseerd op het zogeheten U-rendement. Dit is afgeleid van het rendement op Nederlandse staatsleningen. Het percentage dat dga’s mogen gebruiken om hun ODV aan te passen in een jaar is het gemiddelde van de U-rendementen in het voorgaande jaar.
In 2019 was het ‘ophoogpercentage’ nog 0,269%. Maar over 2020 is het percentage negatief: -0,107%. Inmiddels zijn alle U-rendementen voor 2020 bekend, en ook voor dit jaar komt er een negatief percentage uit de bus: -0,382%. Dat betekent dat dga’s opnieuw niet mogen ‘oprenten’, maar moeten ‘afrenten’. Ook bij een negatief percentage is het verplicht om dat te doen, zo heeft het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst eerder bevestigd in een vraag & antwoord.

Aanpassing ODV aan eind van boekjaar

De verlaging wordt verwerkt aan het eind van het boekjaar. Hoe het ‘afrenten’ uitwerkt, hangt ervan af of de ODV-uitkeringen al zijn begonnen. Als de ODV al uitkeert, leidt de verlaging tot een iets lagere uitkering. Hierbij geldt dat het rentepercentage af kan wijken omdat er gerekend wordt vanaf de startdatum van de uitkering en niet vanaf 1 januari.
Als de ODV-uitkeringen nog niet zijn gestart wordt de waarde van de pot op de balans verlaagd per 31 december 2021 (bij een boekjaar dat gelijkloopt aan een kalenderjaar) ten opzichte van de stand van 1 januari 2021. Deze afwaardering zorgt voor een kleine vrijval in de winst voor het boekjaar 2021. Als de bv van de dga winst maakt, kost dit dus extra vennootschapsbelasting.

Hulp voor dga vanuit de politiek?

Pensioenadviseurs bevestigen het beeld desgevraagd. Alfred Milius van Triple A Pensioen Perspectief heeft geen geluiden gehoord dat de politiek het ‘afrenten’ voor dga’s wil voorkomen, bijvoorbeeld door wettelijk te regelen dat het rendement nooit negatief kan zijn. “Mijn verwachting is ook dat zo’n ‘bodem’ van 0% er niet komt. Dit heeft geen aandacht in de politiek.”
Ook volgens Martin Gast, financieel planner en pensioenadviseur M&M Financieel Advies, is er ‘geen zicht op verbetering voor de dga’. “Ik adviseer dga’s met een ODV waarbij de uitkeringen nog niet zijn gestart daarom steeds vaker om de ODV af te storten bij een verzekeraar, bank of vermogensbeheerder. De dga kan het dan gebruiken om een lijfrente (tool) aan te kopen.”