Gemiddelde pensioenleeftijd lager dan 65 jaar

Voor 42% van de werknemers lag de leeftijd waarop zij met pensioen gingen in 2012 op 65 jaar of ouder. De gemiddelde pensioenleeftijd ligt echter op 63,6 jaar. Dit is een stijging ten opzichte van 2011 toen de gemiddelde leeftijd nog een half jaar lager lag, maar er is nog wel een flink gat met de AOW-leeftijd van 65 jaar en één maand die in 2013 wordt aangehouden.

18 januari 2013 | Door redactie

Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat  de gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan, is gestegen naar 63,6 jaar. In de periode van 2000 tot 2006 lag de gemiddelde pensioenleeftijd op 61 jaar, maar vanaf 2007 was er jaarlijks een stijging te zien. Dit komt omdat er vanaf 2006 steeds meer maatregelen werden aangenomen om werknemers langer door te laten werken.

Steeds vaker op 65-jarige leeftijd met pensioen

Doordat de AOW-leeftijd nu ook is verhoogd naar 65 jaar en één maand en eerder stoppen met werken een hoop geld kost, zal de gemiddelde leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan waarschijnlijk nog meer stijgen. In 2011 ging 30% van de werknemers met 65 jaar of ouder met pensioen en in 2012 is dit percentage al gestegen naar 42%. Totaal mochten 78.000 werknemers in 2012 van hun pensioen gaan genieten. Een groot deel hiervan zijn babyboomers die vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn geboren en inmiddels de 65-jarige leeftijd hebben bereikt.