Het effect van de dekkingsgraad op pensioenen

In het kader van pensioenen hoort u met enige regelmaat de term ‘dekkingsgraad’ vallen. Die dekkingsgraad heeft invloed op de pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen van uw medewerkers. Het is daarmee dus ook een belangrijke graadmeter voor de pensioenvooruitzichten. Maar wat is nu eigenlijk precies het effect van een hoge of lage dekkingsgraad?

15 augustus 2013 | Door redactie

Het begrip ‘dekkingsgraad’ geeft de verhouding aan tussen het vermogen van een pensioenuitvoerder en de pensioenverplichting die deze pensioenuitvoerder heeft naar alle deelnemers. Stel dat een pensioenfonds een actueel vermogen heeft van 100 (als het vandaag alle bezittingen zou verkopen) en dat het 110 moet betalen aan een andere partij die al deze pensioenverplichtingen overneemt (rekening houdend met de levensverwachting en het mogelijk te behalen rendement). Dan is de dekkingsgraad dus (100/110=) 90,9%.

Dekkingsgraad moet minimaal 105% zijn

Eigenlijk moet een pensioenfonds in ieder geval een dekkingsgraad van 100% hebben om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Maar er moet bovendien altijd een buffer zijn om onvoorziene tegenvallers te kunnen opvangen. De Nederlandsche Bank (DNB) eist daarom van pensioenfondsen en -verzekeraars een minimale dekkingsgraad van 105%.

Verschillende maatregelen voor hogere dekkingsgraad

Als blijkt dat een pensioenfonds een te lage dekkingsgraad heeft, moet het van DNB een herstelplan maken. Normaal gesproken heeft het fonds dan drie jaar de tijd om weer een gezonde dekkingsgraad te bereiken. Vanwege de grote problemen bij pensioenleveranciers en de crisis krijgen de fondsen nu meer tijd voor herstel. Om de dekkingsgraad weer op peil te krijgen, kan het fonds de pensioenpremie en de pensioenleeftijd verhogen, de pensioenuitkering verlagen of een combinatie van deze maatregelen nemen.