Het verschil: pensioengevend loon en pensioengrondslag

Het pensioengevend loon van een werknemer en zijn pensioengrondslag zijn niet hetzelfde. De AOW-franchise is daar schuldig aan. Bovendien geldt er een bovengrens voor pensioengevend loon. Wat betekenen deze begrippen precies?

17 juni 2019 | Door redactie

De Algemene Ouderdomswet (AOW) bepaalt dat iedereen die in Nederland woont een basisoudedagsvoorziening krijgt, ongeacht of hij in loondienst is bij een werkgever of niet. Veel werknemers bouwen naast deze AOW-uitkering ook aanvullend pensioen op via de werkgever. Dit is vaak geregeld in de collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Werknemers mogen niet over hun volledige loon aanvullend pensioen opbouwen. Omdat ze sowieso AOW ontvangen, telt een deel van het loon niet mee voor het pensioen via de werkgever: de zogenoemde AOW-franchise. Dit bedrag kan verschillen per pensioenuitvoerder, de overheid stelt namelijk alleen de minimale AOW-franchise vast. Werkgevers moeten bij het berekenen van de pensioengrondslag van een werknemer de AOW-franchise aftrekken van het loon van de werknemer.

Loonbestanddelen hangt af van cao

Voor een juiste pensioenopbouw moet de werkgever eerst berekenen wat het pensioengevend loon is van de werknemer. Welke loonbestanddelen meetellen, is ook afhankelijk van wat er voor een specifieke organisatie of in een eventuele cao is bepaald. Vaak tellen in ieder geval de volgende onderdelen mee:

  • totale jaarlijkse brutoloon;
  • vakantiegeld;
  • eventuele overige toeslagen.

Voor sommige organisaties telt een dertiende maand ook mee. De som van al deze loonbestanddelen vormt het pensioengevend loon. De werkgever moet vervolgens de AOW-franchise aftrekken van dit pensioengevend loon. Wat overblijft is de pensioengrondslag, waarover de werknemer aanvullend pensioen opbouwt.

Voorlopige aftoppingsgrens 2019

Er geldt een fiscale bovengrens tot waar werknemers aanvullend pensioen kunnen opbouwen. Elk jaar verschuift deze bovengrens, naar aanleiding van de contractloonontwikkelingsfactor van het voorgaande kalenderjaar. Het maximum pensioengevend loon per 1 januari 2019 is vastgesteld op € 107.593. Dit betekent dat een werknemer met een hoger pensioengevend loon dan € 107.593, over het deel boven deze grens geen aanvullend pensioen opbouwt.

PENSIOENGEVEND LOON: de som van de loonbestanddelen die meetellen voor de berekening van de pensioenopbouw, deels afhankelijk van cao of werkgever

PENSIOENGRONDSLAG: de som van de loonbestanddelen (pensioengevend loon) minus de AOW-franchise: de pensioengrondslag is het bedrag waar werknemers pensioen over opbouwen