Lichte stijging van pensioenpremies in 2016

Door een lage rente en nieuwe rekenmethodiek voor pensioenfondsen stijgen in 2016 de pensioenpremies, maar naar verwachting blijft de stijging komend jaar nog wel beperkt. Dit meldt staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

22 oktober 2015 | Door redactie

De staatssecretaris baseert de verwachte stijging van de pensioenpremies op een onderzoek dat zij in september instelde om de gevolgen van de aanhoudend lage rente en de gewijzigde rekenrente (UFR-methode) voor pensioenfondsen (tool) in kaart te brengen. In dit onderzoek komt naar voren dat op basis van de huidige situatie de gemiddelde feitelijke premie in 2016 met 2% zal stijgen (als pensioenfondsen hun mogelijkheden benutten). Omdat de mogelijkheden per pensioenfonds verschillen, kan de premiestijging per pensioenfonds ook sterk variëren. Waarschijnlijk hoeft een groot deel (ongeveer 3,6 miljoen mensen) van de pensioendeelnemers niet of nauwelijks een hogere premie te betalen. Toch kan er nog het één en ander veranderen voordat de pensioenfondsen dit najaar hun premie bekendmaken.

Mogelijk hogere premiestijging in de toekomst

De gevolgen van de UFR-methode zijn niet nieuw. Eerder werd al gewaarschuwd voor hogere pensioenpremies, een daling van de dekkingsgraden en druk op de pensioenopbouw. De nieuwe cijfers uit het onderzoek kunnen sociale partners gebruiken om de premie voor 2016 vast te stellen. De invloed die de lage rente hierop heeft, kan in de toekomst toenemen. Zo wordt voor 2021 een premiestijging van 5% verwacht. Staatssecretaris Klijnsma benadrukt daarom in haar Kamerbrief het belang om verder na te denken over de inrichting van een toekomstbestendig pensioenstelsel.

Stel vragen over pensioen aan de adviesdesk

Heeft u vragen over de ontwikkeling van de pensioenpremies, dan kunt u die gratis stellen aan de adviseurs van de adviesdesk. U ontvangt binnen één werkdag reactie en binnen vijf werkdagen een antwoord op maat. Stel direct uw vraag.