Nieuwe regels voor pensioenfondsen in de maak

Omdat de buffers die pensioenfondsen momenteel hebben, onvoldoende zijn om financiële tegenvallers op te vangen, wil de ministerraad de regels voor de dekkingsgraad aanscherpen. Bij een volgende economische crisis moeten de pensioenfondsen dan beter overeind blijven.

11 april 2014 | Door redactie

Per 1 januari 2015 moeten er andere regels voor pensioenfondsen gaan gelden. Op dit moment kunnen pensioenfondsen de waarde van het pensioen ieder jaar indexeren op basis van de inflatie of loonsverhoging. Dat mag echter alleen als ze voldoende vermogen hebben. De dekkingsgraad – een indicator voor de vermogenspositie van het pensioenfonds – moet minimaal 105% zijn. Bij een dekkingsgraad tussen de 105% en 122% mag het pensioenfonds de pensioenen gedeeltelijk indexeren. Een volledige verhoging is pas toegestaan bij een dekkingsgraad van minimaal 122%.

Geen drie, maar tien jaar hersteltijd

Als de dekkingsgraad van een pensioenfonds onder de 105% komt, krijgt het pensioenfonds drie jaar de tijd om dit te herstellen. Slaagt het fonds hier niet in, dan moet het de pensioenen verlagen. De Nederlandsche Bank heeft de hersteltermijn de afgelopen jaren wel tijdelijk verlengd om pensioenfondsen extra tijd te geven om uit het dal te klimmen.
In het nieuwe systeem zal de grens van 105% minder hard zijn en wordt de hersteltermijn opgerekt naar tien jaar. Pensioenfondsen krijgen dus langer de tijd om tegenvallers uit te spreiden en eventuele kortingen hoeven daardoor ook minder ingrijpend te zijn. De grens van 122% voor volledige indexering gaat omhoog naar 127%. Op deze manier worden pensioenen minder snel verhoogd en blijft er meer geld in kas.

Beschikbarepremieregeling collectief laten beheren

Daarnaast wil het kabinet onderzoeken of het haalbaar is om werknemers met een beschikbarepremieregeling hun geld collectief te laten beheren door een pensioenfonds. Het voordeel hiervan is dat pensioenfondsen hun beleggingen beter kunnen spreiden en daardoor minder risico’s lopen. Nu is er bij een beschikbarepremieregeling altijd sprake van een individuele regeling met een verzekeraar; de werknemer krijgt een vast bedrag en koopt daarvoor zelf een pensioen bij de verzekeraar.