Pensioenadviseur moet rol medezeggenschap goed kennen

Het pensioenakkoord dwingt werkgevers om pensioenregelingen te herzien. De werkgever kan daarbij niet om de medezeggenschap heen. Zo heeft de ondernemingsraad (OR) instemmingsrecht. Het is van belang dat ook de pensioenadviseur dit weet en de medezeggenschap betrekt bij de wijzigingen van de arbeidsvoorwaarde pensioen.

11 december 2020 | Door redactie

Het pensioenakkoord betekent dat alle bestaande pensioenregelingen wijzigen en dat er een overstap noodzakelijk is naar het nieuwe pensioenstelsel tussen 1 januari 2022 en uiterlijk 1 januari 2026. Omdat pensioen zo’n complex onderwerp is, is het geen overbodige luxe om een deskundige zoals een pensioenadviseur in te schakelen. Om alle veranderingen daadwerkelijk in goede banen te kunnen leiden, moet de pensioenadviseur niet alleen kennis van pensioenzaken hebben, maar ook van de rol die de medezeggenschap hierbij speelt. De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft de aandachtspunten voor de pensioenadviseur op een rij gezet in de Handreiking over de betrokkenheid van medezeggenschap bij de arbeidsvoorwaarde pensioen.

Handreiking biedt overzicht voor verschillende medezeggenschapsvormen

De handreiking van de SER biedt niet alleen de pensioenadviseur, maar ook de bestuurder, de personeelsvergadering (PV), personeelsvertegenwoordiging (PVT) en ondernemingsraad (OR) een handig overzicht van de rechten, plichten en bevoegdheden op het gebied van pensioen. Deze verschillen per medezeggenschapsvorm en zijn vastgelegd in diverse artikelen van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Ook bevat de handreiking een stroomschema om te bepalen of het instemmingsrecht van de OR (artikel 27, lid 1a en lid 7 WOR) van toepassing is op verschillende onderdelen van de pensioenregeling.