Pensioenleeftijd van 65 naar 66 jaar in 2020

De AOW-leeftijd wordt in 2020 verhoogd van 65 naar 66 jaar. Met dit voorstel heeft de ministerraad afgelopen vrijdag ingestemd. Daarmee neemt minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een voorschot op de uitkomst van het sociaal akkoord. De sociale partners kunnen het onderling namelijk maar niet eens worden over de verhoging van de AOW-leeftijd.

2 mei 2011 | Door redactie

De ministerraad heeft eind vorige week ingestemd met indiening bij de Tweede Kamer van het wetsvoorstel ‘Verhoging pensioenleeftijd naar 66 jaar’. Langer werken is nodig door de teruglopende beroepsbevolking en de toename van het aantal 65-plussers. De vergrijzing en de ontgroening zorgen voor steeds minder werkenden om AOW-premie op te brengen. Op dit moment zijn er vier werkenden tegenover één gepensioneerde. In 2040 is dat gehalveerd tot twee werkenden.

Minder pensioenopbouw

Werknemers moeten straks gemiddeld vijf jaar langer doorwerken om hetzelfde pensioen op te bouwen. Tot 2013 blijft de pensioenopbouw ongewijzigd, daarna bouwen werknemers minder rechten op voor aanvullend pensioen. Er gelden vanaf dan lagere opbouwpercentages: in de eindloonregeling bouwen mensen straks jaarlijks 1,75% in plaats van 2% op. In de middelloonregeling wordt dat 2% in plaats van 2,25%.

Sociaal akkoord

Het wetsvoorstel is nu ingediend bij de Tweede Kamer, maar minister Kamp heeft laten weten dat hij bereid is om het voorstel aan te passen als de sociale partners alsnog overeenstemming bereiken in een sociaal akkoord. In juni vorig jaar werden die het op hoofdlijnen al eens – zoals u kon lezen in ‘Akkoord is rond: naar 66 in 2020’, maar er is nog altijd geen definitief akkoord. Zo zijn de partners het onderling oneens over de hoogte van de AOW en de vraag of de pensioenleeftijd moet worden gekoppeld aan de levensverwachting.