Pensioenopbouw kan gelijk blijven na demotie

Bij pensioenregelingen via de werkgever is de inleg gewoonlijk een percentage van het loon. Als een werknemer een lager salaris krijgt, daalt zijn pensioeninleg dus ook. Alleen als de werknemer kort voor zijn pensioen door een demotie minder gaat verdienen, mag de pensioeninleg onveranderd blijven.

26 augustus 2013 | Door redactie

Werknemers kunnen via hun werkgever sparen voor hun pensioen. Ze mogen – afhankelijk van het type pensioenregeling – een bepaald percentage van hun pensioengevend loon fiscaal vriendelijk reserveren voor hun oude dag.

Pensioenuitvoerder moet pensioengevend loon weten

Het pensioengevend loon is het salaris dat de werknemer daadwerkelijk verdient. Het gaat dan niet alleen over het brutomaandloon (dat meestal is gerelateerd aan een inschaling in de cao), maar ook de vakantiebijslag, de eindejaarsuitkering en bepaalde toeslagen tellen mee. Welke toeslagen precies in het pensioengevend salaris zitten, hangt af van de definities in de pensioenregeling. De bijtelling voor de auto van de zaak behoort in ieder geval niet tot het pensioengevend loon. Dit loonbestanddeel is in de wet uitgesloten.
Uw onderneming moet aan de pensioenuitvoerder doorgeven wat het pensioengevend loon van de werknemer is. Op basis daarvan wordt bepaald hoeveel pensioen de werknemer mag sparen. 

In stand houden oude pensioengrondslag is niet verplicht

Als een werknemer binnen tien jaar voor zijn pensioen een andere functie met een lager salaris accepteert, is het wettelijk toegestaan om de oude pensioengrondslag te blijven hanteren. De werknemer gaat er door de demotie dan niet in zijn pensioen op achteruit. Het is voor uw onderneming niet verplicht om deze fiscale faciliteit aan te bieden. Het pensioen kan na demotie ook gewoon worden opgebouwd op basis van het werkelijke, lagere loon van de werknemer.