Pensioenpremie stijgt door lagere rekenrente

Werknemers krijgen straks mogelijk te maken met stijgingen van de pensioenpremie. Dat komt doordat De Nederlandsche Bank (DNB)een aanpassing van de rekenrente heeft doorgevoerd. Daardoor komt de financiële situatie van de Nederlandse pensioenfondsen er een stuk slechter uit te zien.

15 juli 2015 | Door redactie

De rekenrente waarmee de pensioenfondsen rekenden, begon te veel te verschillen van de echte, lagere rentestand in Europa. Met de rekenrente kunnen pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verwachtingen berekenen. Dit gebeurde op basis van de Ultimate Forward Rate (UFR) die vaststond op 4,2%. Nu moet die worden berekend op basis van marktverwachtingen uit de afgelopen tien jaar en daardoor komt de UFR uit op 3,3%. De lagere rekenrente leidt hoogstwaarschijnlijk tot hogere premies, een daling van de dekkingsgraden en druk op de opbouw.

Doorberekening naar premies werknemers nog niet duidelijk

De kostendekkende  pensioenpremie stijgt door de nieuwe rekenrente met zo’n 4% tot 5%. Maar dit hoeft nog niet te betekenen dat dit ook wordt doorgevoerd in de premies van de werknemers. Waarschijnlijk hoeven de pensioenfondsen door de lagere rekenrente geen kortingen op de pensioenen uit te voeren. Dit is natuurlijk wel iets om met uw OR in de gaten te houden. Vergeet ook uw instemmingsrecht bij pensioen niet (artikel 27 WOR).

Aanpassing UFR moet pensioenfondsen beschermen

De verwachting is dat pensioenfondsen met veel jongere deelnemers harder worden geraakt, omdat die fondsen rekening moeten houden met langere looptijden om de pensioenverplichtingen voor in te kopen.
Het doel van de invoering van de lagere rekenrente is om de pensioenfondsen beter te beschermen tegen schommelingen op de financiële markten.