Pensioenpremies iets hoger in 2016

Volgend jaar stijgen de pensioenpremies door een lage rente en een nieuwe rekenmethodiek voor pensioenfondsen. Toch blijft de stijging naar verwachting beperkt tot gemiddeld ongeveer 2%. Dat blijkt uit een brief aan de Tweede Kamer.

6 november 2015 | Door redactie

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verwacht dat de premies voor pensioen (tools) in 2016 gemiddeld 2% hoger zullen zijn dan in 2015. Die verwachting baseert ze op een onderzoek dat ze in september instelde om de gevolgen van de aanhoudend lage rente en de gewijzigde rekenrente (UFR-methode) voor pensioenfondsen (tool) in kaart te brengen.  

Premiestijging varieert sterk per pensioenfonds

Omdat de mogelijkheden per pensioenfonds verschillen, kan de premiestijging per pensioenfonds ook sterk variëren. Waarschijnlijk hoeft een groot deel (ongeveer 3,6 miljoen mensen) van de pensioendeelnemers niet of nauwelijks een hogere premie te betalen. Toch kan er nog het één en ander veranderen voordat de pensioenfondsen dit najaar hun premie bekendmaken.

In de toekomst misschien hogere premiestijging

De gevolgen van de UFR-methode zijn niet nieuw. Eerder werd al gewaarschuwd voor hogere pensioenpremies, een daling van de dekkingsgraden en druk op de pensioenopbouw. De nieuwe cijfers uit het onderzoek kunnen sociale partners gebruiken om de premie voor 2016 vast te stellen. De invloed die de lage rente hierop heeft, kan in de toekomst toenemen. Zo wordt voor 2021 een premiestijging van 5% verwacht. Staatssecretaris Klijnsma benadrukt daarom in haar Kamerbrief het belang om verder na te denken over de inrichting van een toekomstbestendig pensioenstelsel.