Pensioenrichtleeftijd per 2016 naar 68 jaar

Het ziet ernaar uit dat de pensioen(richt)leeftijd – die sinds 1 januari 2014 op 67 jaar ligt – met ingang van 2016 verder opschuift naar 68 jaar. Dat heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën kortgeleden aangegeven aan de Eerste Kamer.

7 mei 2014 | Door redactie

Wiebes heeft begin april een brief (pdf) naar de Eerste Kamer gestuurd naar aanleiding van vragen over het wetsvoorstel voor versobering van het Witteveenkader voor pensioenen. Hierin geeft hij onder meer aan dat de fiscale pensioenrichtleeftijd naar verwachting per 1 januari 2016 naar 68 jaar gaat. Dit betekent dat pensioenaanbieders voor de opbouw van pensioen zullen rekenen met een opbouwperiode tot aan de 68e verjaardag. Wie eerder met pensioen wil, krijgt een lagere pensioenuitkering.

Verhoging pensioenleeftijd een jaar van tevoren bekendgemaakt

De fiscale pensioenrichtleeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting. Als de ontwikkeling van de levensverwachting inderdaad aanleiding geeft voor een verdere verhoging van de pensioenleeftijd, moet de regering deze verhoging vóór 1 januari 2015 officieel aankondigen. Een aanpassing van de pensioenleeftijd moet volgens de wet namelijk altijd minstens een jaar van tevoren bekendgemaakt worden. Een nieuwe verhoging per 2015 is dus niet aan de orde, aangezien die dan vóór 2014 bekend had moeten zijn.

Pensioenleeftijd en AOW-leeftijd zijn sinds 2013 verschillend

De termen AOW-leeftijd en pensioenleeftijd worden van oudsher vaak door elkaar gebruikt. Tegenwoordig is dat verwarrend, aangezien de wettelijke pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2014 in één klap van 65 naar 67 jaar is gebracht, terwijl de wettelijke AOW-leeftijd sinds 2013 jaar na jaar stapsgewijs stijgt. Een overzicht van de precieze stijging van de AOW-leeftijd per jaar vindt u in het bericht ‘Nieuwe wet verhoging AOW-leeftijd ingediend’.