Per 2014 geen pensioenknip meer mogelijk

Met ingang van 2014 is het voor werknemers met een beschikbarepremieregeling niet meer mogelijk om bij ingang van het pensioen de pensioenuitkering te splitsen in een uitkering van maximaal vijf jaar en daarna pas een levenslange uitkering. Dat is het gevolg van de evaluatie van de regeling Pensioenknip.

9 december 2013 | Door redactie

De tijdelijke regeling Pensioenknip werd in 2009 in het leven geroepen om te voorkomen dat werknemers met een premie- of kapitaalovereenkomst levenslang met een mager pensioen opgezadeld zitten doordat de rente- en beurskoersen op het moment van pensioneren ongunstig zijn. Ze kunnen dan eerst pensioen aankopen voor een periode van maximaal vijf jaar.

Pensioenknip alleen nog voor huidige gebruikers

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de evaluatie van de regeling Pensioenknip (pdf) onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd. De evaluatie laat een aantal effecten zien die ervoor zorgen dat de regeling per 1 januari 2014 niet wordt voortgezet. De pensioenknip blijft voor de huidige gebruikers nog bestaan tot uiterlijk 1 januari 2019. De belangrijkste uitkomsten van de evaluatie zijn:

  1. De pensioenknip is amper gebruikt: van de werknemers die er gebruik van hadden kunnen maken, heeft nog geen 1% dit ook werkelijk gedaan.
  2. De pensioenknip levert in de praktijk geen voordeel op: binnenkort is van de eerste gebruikers de vijfjaarstermijn voorbij. Zij moeten het resterende kapitaal dan alsnog omzetten in een levenslange uitkering, maar dat zal waarschijnlijk nog lager uitvallen dan vijf jaar geleden.
  3. De pensioenknip is ingewikkeld, zodat de pensionaris bijna altijd extra advies moet inwinnen. Bovendien levert deze werkwijze extra uitvoeringskosten op. Er wordt immers twee keer pensioen ingekocht.