Terugzetten van pensioendatum kan nadelig zijn

Pensioenaanbieders mogen hun pensioenen collectief omrekenen naar één hogere pensioenleeftijd, als werknemers er maar niet op achteruitgaan. Alleen werknemers die daarna toch weer terugwillen naar de oude pensioenleeftijd, kunnen nadelige gevolgen ondervinden.

4 februari 2013 | Door redactie

In het bericht Pensioen herrekenen zonder akkoord werknemer kon u lezen over de mogelijkheden voor het collectief omrekenen van pensioenaanspraken naar de pensioenrichtleeftijd van 67 jaar die volgend jaar geldt. Dat is toegestaan als de pensioenaanbieder aan twee eisen voldoet.

  1. De omrekening moet actuarieel neutraal plaatsvinden.
  2. Het pensioenreglement moet de mogelijkheid bieden om de pensioeningangsdatum op verzoek van de werknemer terug te zetten.

Uiteindelijke pensioenresultaat kan anders zijn

Als de pensioenen collectief worden omgerekend naar een pensioenleeftijd van 67 jaar en het pensioen van een specifieke werknemer vervolgens weer op zijn verzoek wordt teruggezet naar de oorspronkelijke pensioenleeftijd, kan het uiteindelijke pensioenresultaat wel anders zijn dan vóór de herrekening. Dit komt doordat bij de eerste omrekening met collectieve grondslagen wordt gerekend en bij de tweede factoren van toepassing zijn die op het moment van daadwerkelijke vervroeging gelden. De herrekening kan in het voordeel of het nadeel van de werknemer uitvallen. Datzelfde is nu al het geval bij werknemers die hun pensioen laten herrekenen voor vroegpensioen of latere uittreding. En deze verschillen zijn lang niet zo groot als de effecten van een korting op de pensioenuitkering of een verandering van de levensverwachting.

Beslissing is aan de pensioenuitvoerders

De collectieve herrekening maakt de pensioenregeling eenvoudiger en beperkt de uitvoeringskosten ervan. Volgens het onderzoek (pdf) dat staatssecretaris Klijnsma op verzoek van de Tweede Kamer heeft laten uitvoeren, kunnen deze voordelen wel opwegen tegen het mogelijke verschil in pensioenresultaat. Maar de pensioenuitvoerders moeten uiteindelijk zelf de afweging maken of ze kunnen en willen overgaan tot het hanteren van één pensioenrichtleeftijd.