Voorstel voor wijzigen regeling pensioenbedrag ineens

Demissionair staatssecretaris Wiersma van SZW heeft in een brief aan de Tweede Kamer een wijziging van de regeling voor een ‘pensioenbedrag ineens’ gedeeld. De wijziging moet ervoor zorgen dat de regeling werkbaar wordt.

21 oktober 2021 | Door redactie

Rond de stemming van de Eerste Kamer over de Wet pensioenbedrag ineens, RVU en verlofsparen was er veel kritiek op de uitvoerbaarheid van de maatregel voor een pensioenbedrag ineens. De maatregel houdt in dat gepensioneerden de keuze krijgen om maximaal 10% van hun ouderdomspensioen ineens uit te laten betalen. De inwerkingtredingsdatum van de maatregel werd uitgesteld tot 1 januari 2023, zodat er tijd ontstond voor de zoektocht naar een beter alternatief. In zijn brief (pdf) informeert de staatssecretaris nu dat er met pensioenuitvoerders een werkbare oplossing is gevonden.

Aanpassing van de uitstelmogelijkheid

In de eerste versie van het wetsvoorstel was het alleen mogelijk het pensioenbedrag ineens op te nemen op de ingangsdatum van het pensioen. Bij de eerste wijziging kreeg de deelnemer de keuze het bedrag op de pensioendatum uit te laten keren óf uit te stellen tot februari van het jaar volgend op het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd zou worden bereikt. In het nieuwste voorstel is dit januari geworden. Door de kortere periode is de kans op gebeurtenissen in het privéleven van de deelnemer die invloed hebben op de keuze kleiner. Ook is het beter toepasbaar voor de pensioenuitvoerder.

Aanpassing van de doelgroep

Voor een betere werking is ervoor gekozen om de doelgroep te beperken. Werknemers die met pensioen gaan in de maand waarin zij de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken en werknemers die op de eerste dag volgend op de maand waarin zij AOW-gerechtigd worden met pensioen gaan, kunnen kiezen voor uitstel van de eenmalige uitbetaling van een deel van hun pensioen. Werknemers die vóór de AOW-leeftijd met pensioen gaan en werknemers die door blijven werken, hebben die keuze niet en kunnen alleen kiezen voor uitbetaling op de pensioendatum.

Aanpassing uitkeringsreeks en uitbetalingsmoment

Ook wordt de pensioenaanspraak op een andere manier over de tijd verdeeld. De periodieke pensioenuitkering van pensioendeelnemers die kiezen voor een uitgestelde uitbetaling van het pensioenbedrag ineens, wordt vanaf de pensioeningangsdatum teruggebracht naar 90% (of meer als er minder dan de maximale 10% wordt uitgekeerd). Voorheen was dit nog 100% en werd het te ontvangen bedrag pas bij uitbetaling verrekend met het nog te ontvangen pensioen.

Uitbetaling vervalt bij overlijden deelnemer

Als de deelnemer overlijdt tussen het moment van pensionering en de uitbetaling in januari, vervalt de uitbetaling. In plaats daarvan ontvangt de inmiddels overleden deelnemer een nabetaling van de pensioenuitvoerder in zijn ‘gewone pensioen’.
Vermoedelijk treedt de maatregel per 1 januari 2023 in werking. Hiervoor wordt aan een nieuw wetsvoorstel gewerkt. Werknemers die vanaf die datum met pensioen gaan, kunnen dan één keer maximaal 10% van hun pensioen opnemen.