Wijziging WOR pensioen heeft goed uitgepakt

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft navraag gedaan over hoe de wijziging van de WOR betreffende het pensioen in de praktijk heeft uitgepakt. Diverse partijen zijn positief over de extra rechten die de OR sinds 2016 heeft als het om pensioenzaken gaat.

1 oktober 2018 | Door redactie

Minister Koolmees heeft bij sociale partners, pensioenfondsen, verzekeraars, pensioen- en medezeggenschapsjuristen en platforms voor ondernemingsraden navraag gedaan over de wijziging van de WOR op het gebied van  het pensioen. De partijen zijn – voor zover ze ermee te maken hebben gehad – positief over de wijziging van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Deze wijziging, die op 1 oktober 2016 inging, heeft de OR meer rechten gegeven.

Instemmingsrecht op wijziging pensioenovereenkomst

De OR kreeg door de aanpassingen in de WOR instemmingsrecht (tools) op het opstellen, wijzigen of stopzetten van de pensioenovereenkomst. Dat geldt zowel voor grote als voor kleine wijzigingen. Daarnaast zijn bepalingen uit de uitvoeringsovereenkomst die van invloed zijn op de pensioenregeling instemmingsplichtig. Tot slot is per 1 oktober 2016 in de WOR vastgelegd dat de bestuurder de OR om instemming moet vragen als hij het werknemerspensioen onder wil brengen bij een andere pensioenuitvoerder.

Meer aandacht voor pensioen bij ondernemingsraden

De aandacht voor pensioenen lijkt door de wetswijziging zowel bij werkgevers als ondernemingsraden te zijn toegenomen. Alleen is nog niet altijd bekend bij werkgevers en ondernemingsraden dat – zelfs na instemming van de OR – werknemers individueel nog moeten instemmen met een wijziging in (de uitvoeringsovereenkomst betreffende) het pensioen. Dit geldt niet als er een cao van toepassing is die pensioenzaken regelt.