VERDIEPINGSARTIKEL

Pensioenbegrippen uitgelegd

De hoofdregel is dat uw OR instemmingsrecht heeft bij de pensioenregeling van uw organisatie (artikel 27, lid 1a WOR). Bij zo’n instemmingstraject komt u de nodige begrippen tegen uit het pensioenstelsel. Denk aan begrippen zoals het partnerpensioen, degressieve pensioenopbouw en het nieuwe pensioencontract. Het is niet gek als het u daar soms even van duizelt. Er zijn niet voor niets pensioenspecialisten: pensioen is nu eenmaal vrij complexe materie. Dit artikel helpt u op weg.


6 juli 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Corry van Herpen CPL, senior consultant bij Triple A - Pensioen Perspectief, e-mail: corry.van.herpen@aaa-riskfinance.nl, tel.: (020) 240 22 93, www.aaa-riskfinance.nl


OR-werk is veelomvattend. U krijgt met van alles en nog wat te maken. Van de inrichting van de werkplekken voor uw achterban, de toepassing van de coronamaatregelen, het financieel beleid van uw organisatie tot bijvoorbeeld pensioenregelingen.

Pensioen is een belangrijke arbeidsvoorwaarde voor uw achterban. Bovendien verandert er nog al eens iets op dat vlak. Het is daarom goed als u een aantal pensioenbegrippen kent. U komt ze ongetwijfeld tegen als u zich in de pensioenregeling van uw organisatie verdiept.

Risicopartner

Een partnerpensioen wordt direct na overlijden van de (ex-)werknemer, uitgekeerd aan de achtergebleven partner (de nabestaande). Meestal is de uitkering levenslang, soms is (ook) sprake van een tijdelijk partnerpensioen tot de AOW-datum van de nabestaande.

Is het partnerpensioen op opbouwbasis, dan wordt premie ingelegd om daadwerkelijk partnerpensioen met waarde te sparen. Gaat de werknemer uit dienst, dan blijft dit partnerpensioen bij de pensioenuitvoerder staan. Of de werknemer kan het partnerpensioen overdragen naar een volgende pensioenuitvoerder. Bij scheiding heeft de ex-partner recht op het opgebouwde partnerpensioen.

Risicobasis partnerpensioen

Is het partnerpensioen op risicobasis, dan is sprake van een verzekering van het partnerpensioen zolang de werknemer in dienst blijft. Het partnerpensioen heeft geen waarde en vervalt zodra de werknemer uit dienst treedt. In specifieke situaties geldt een uitzondering: bijvoorbeeld als er na het einde van het dienstverband recht is op een WW-uitkering.

Bij scheiding valt er over het risicopartnerpensioen niets te verdelen

Bij scheiding valt er over het risicopartnerpensioen niets te verdelen. In het nieuwe pensioenstelsel zal het partnerpensioen bij overlijden vóór pensioendatum op risicobasis en ná pensioendatum op opbouwbasis zijn. Dit is nu al het geval voor de meeste beschikbare premieregelingen.

Is er sprake van een eindloon- of middelloonregeling, dan is er meestal sprake van een opbouwpartnerpensioen vóór en na pensioendatum. Er zijn uitzonderingen: dan is het partnerpensioen deels op opbouw- en deels op risicobasis of volledig op risicobasis.

Opbouw

Momenteel is de pensioenopbouw meestal voor alle leeftijden gelijk (leeftijdsonafhankelijk), bijvoorbeeld voor alle werknemers een pensioenopbouw van 1,875 % pensioen per jaar. In het nieuwe pensioenstelsel zal sprake zijn van een zogenoemde degressieve opbouw. Dit betekent dat de pensioenopbouw afneemt naarmate de werknemer ouder is. Dat komt omdat de pensioenpremie dan voor iedereen gelijk is, terwijl de prijs van een ‘kilo pensioen’ toeneemt naarmate de leeftijd stijgt.

Voor dezelfde premie kan dus steeds minder pensioen worden opgebouwd. Op zich kennen veel pensioenfondsen nu ook het systeem van gelijke premie (doorsneepremie), maar deze wordt herverdeeld: jongeren betalen voor ouderen. Deze solidariteit zal verdwijnen.

Compensatie

De overstap naar degressieve pensioenopbouw is nadelig voor oudere werknemers. In het pensioenakkoord is daarom afgesproken dat die groep werknemers een compensatie krijgt. Pensioenfondsen kunnen die compensatie bijvoorbeeld betalen uit de marges op de pensioenreserve (dekkingsgraad) en de pensioenpremie.

Voert een verzekeraar of premie pensioeninstellingen (PPI) de pensioenregeling uit, dan zal er van een marge geen sprake zijn. Kortom, veel werkgevers zullen nog compensatieafspraken moeten maken.

Premieovereenkomst

Veel pensioenregelingen zijn gebaseerd op een eindloon- of middelloonsysteem met een (gegarandeerde) ‘pensioenaanspraak’. In het nieuwe pensioenstelsel zijn alleen nog premieovereenkomsten mogelijk, waarbij alleen het niveau van de premie is afgesproken.

Er is dan sprake van een ‘verwacht pensioen’, dat wordt berekend aan de hand van het persoonlijke pensioenvermogen van een deelnemer en een projectierendement. De hoogte van de pensioenuitkering ademt mee met het beleggingsresultaat van de pensioenuitvoerder.

Type pensioenovereenkomsten

De premieovereenkomst kent straks twee type contracten: het nieuwe pensioencontract en het contract volgens de (al bestaande) Wet verbeterde premieregeling (WVP).

Het nieuwe pensioencontract wordt belegd aan de hand van een gezamenlijke risicohouding; de toebedeling van het beleggingsresultaat gebeurt vervolgens leeftijdsafhankelijk. Ook is sprake van een verplichte solidariteitsreserve (maximaal 15%).

Door dit aan te houden, worden risico’s gedeeld tussen bestaande en toekomstige generaties en kunnen negatieve beleggingsresultaten worden gedempt.

De uitvoering gebeurt door een pensioenfonds. Daar zullen de uitkeringen eerder dan nu stijgen, maar ook eerder dalen.

Het pensioencontract WVP heeft een meer individueel karakter. De risicohouding is in principe leeftijdsafhankelijk (life cycles), voor een jongere deelnemer kan met meer risico worden belegd en voor een oudere deelnemer met minder risico (life cycle beleggen). Dit contract kent meer keuzevrijheden voor de individuele deelnemer. De uitvoerder is meestal een verzekeraar of een premiepensioeninstelling (PPI).

Uw instemmingsrecht bij de pensioenuitvoering

Wat houdt uw instemmingrecht bij pensioen eigenlijk precies in? Zowel het niveau van de pensioenregeling als de uitvoering bepalen de kwaliteit van het pensioen. Dit zijn daarom beide aandachtspunten voor uw instemming:

 

  • De pensioenregeling (pensioenovereenkomst); gaat om de afgesproken inhoud van het pensioen zoals: welk pensioensysteem wordt toegepast, hoeveel pensioen wordt er per jaar opgebouwd, wat is de eigen bijdrage.
  • De pensioenuitvoering (uitvoeringsovereenkomst); betreft het contract tussen de werkgever en de pensioenuitvoerder zoals: wijze vaststelling premie en toeslagverlening, een eventuele bijstortverplichting voor de werkgever.

Invloed

De OR heeft in de eerste plaats instemmingsrecht op de pensioenregeling. Ook op de uitvoeringsovereenkomst, maar alleen op de bepalingen die (direct of indirect) van invloed zijn op de pensioenovereenkomst. Daartoe behoren in ieder geval: bepalingen over de vaststelling van de premie en over de toeslagverlening. Let op: het instemmingsrecht geldt ook voor de keuze van de pensioenuitvoerder!

 

Informatieplicht

Uw bestuurder is verplicht om uw OR ruim op tijd schriftelijk te informeren over het vaststellen, wijzigen of intrekken van een uitvoeringsovereenkomst (artikel 31f WOR). Uw OR kan dan aantonen dat een bepaling de pensioenovereenkomst beïnvloedt. Praktischer is het om met uw bestuurder af te spreken dat uw instemmingsrecht geldt bij alle bepalingen.

 

Tip: vraag bij uw bestuurder de huidige uitvoeringsovereenkomst op en ga de einddatum na. U kunt dan tijdig met uw bestuurder het selectietraject voor de nieuwe pensioenuitvoerder starten. Schakel een pensioenadviseur in om uw OR hierin te begeleiden (artikel 16 WOR).