VERDIEPINGSARTIKEL

Verschillende keuzemogelijkheden op pensioeningangsdatum op een rij

Het is niet de bedoeling, maar een werknemer die bijna pensioengerechtigd is, zou er wel eens stress van kunnen krijgen. Al die keuzes die gemaakt moeten worden voordat hij eindelijk van het pensioen kan genieten.

Daar komt nog eens bij dat er komende jaren nog een extra mogelijkheid aan het keuzepallet wordt toegevoegd: een maximale afkoop van 10% van de pensioenwaarde. Naar verwachting is dit vanaf 2023 mogelijk.


22 februari 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door Dirk-Jan Plate, pensioenrechtadviseur bij Pensioenlogica, www.pensioenlogica.nl en www.pensioentransitieplan.nl


In dit verdiepingsartikel stippen we de vele mogelijkheden die de werknemer net voor de pensioeningangsdatum heeft, kort aan. De combinaties van al deze keuzes zorgen voor maatwerk.

Dat is een puzzel, dat is wel zeker. Maar na het laatste stukje te hebben geplaatst, vindt de aspirant-pensioengerechtigde voldoening, rust en een geoptimaliseerd pensioen.

Pensioen geheel of gedeeltelijk vervroegen

Een van de keuzes die de werknemer heeft, is om het pensioen geheel of gedeeltelijk te vervroegen om daardoor eerder met pensioen of deeltijdpensioen te kunnen gaan.

Als een werknemer meer dan vijf jaar vóór de AOW-gerechtigde leeftijd het pensioen wil laten ingaan, moeten de inkomensgenererende activiteiten in dezelfde mate afnemen. De gedachte hierachter is dat de pensioenopbouw fiscaal is gestimuleerd tijdens de opbouwjaren om vervolgens te worden aangewend na beëindiging van de werkzame periode.

In de toekomst zal deze termijn waarschijnlijk worden verruimd naar tien jaar als het (concept)voorstel voor de Wet toekomst pensioenen daadwerkelijk in de huidige voorgestelde vorm in werking treedt.

Onder voorwaarden uitstellen van het (pre)pensioen

Een tweede mogelijkheid is het onder voorwaarden uitstellen van het (pre)pensioen. Als een werknemer doorwerkt is het logisch(er) dat hij het prepensioen nog niet wil laten ingaan.

Hij kan zijn pensioen uitstellen tot uiterlijk vijf jaar na de AOW-leeftijd. Als het pensioen dat wordt uitgesteld oorspronkelijk (ruim) voor de AOW-leeftijd zou ingaan (prepensioen), geldt de voorwaarde dat er alleen maar kan worden uitgesteld als de werknemer daadwerkelijk blijft doorwerken.

Waaruit kan de werknemer kiezen? De keuze is reuze!

Op dit moment kan de aspirant-pensioengerechtigde onder meer uit de volgende mogelijkheden kiezen:

  1. De ingangsdatum van het pensioen vervroegen.
  2. Het pensioen uitstellen.
  3. Uitruilen.
  4. Overdragen naar mogelijk een betere aanbieder.
  5. Vastzetten waardoor het pensioen tijdens de levenslange uitkering niet naar beneden gaat.
  6. Kiezen voor een variabele uitkering en daarmee de kans op een stijging (en daling) bewust nemen; de hoogte van het pensioen is dan onder andere afhankelijk van beleggingsresultaten.
  7. Hoog-laagvariant, het pensioen is tijdens de eerste uitkeringsjaren hoger; of andersom en dan is het juist lager.
  8. Het pensioen voor maximaal 10% afkopen (vanaf 2023).

In het artikel worden de verschillende mogelijkheden toegelicht.

Partnerpensioen uitruilen voor een hoger ouderdomspensioen

De werknemer heeft ook de keuze om het partnerpensioen uit te ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Alleenstaanden zouden die mogelijkheid niet onbenut moeten laten; dat is zonde.

Deze ruilmogelijkheid kan ook interessant zijn voor pensioengerechtigden met een partner. Als de achterblijvende partner niet financieel afhankelijk is, kunnen zij er samen bewust voor kiezen.

Het resultaat is dat ze dan samen meer hebben. Omgekeerd kan ook: als het partnerpensioen te laag is om de partner financieel goed verzorgd achter te laten, kan een gedeelte van het ouderdomspensioen worden geruild voor een extra partnerpensioen.

Het partnerpensioen mag nooit meer dan 70% van het ouderdomspensioen bedragen.

Rondshoppen op pensioendatum

Kwamen de werknemer en werkgever eerder een premie- of kapitaalovereenkomst overeen, dan mag de werknemer ‘rondshoppen’ op pensioendatum. Het opgebouwde pensioenkapitaal moet bij een kapitaal- en premieovereenkomst op pensioendatum worden gebruikt voor de aankoop van een pensioen.

Welke aanbieder biedt het beste vastgestelde tarief? Door rond te kijken orienteert de aspirant pensioengerechtigde zich. Of misschien wil hij een variabele pensioenuitkering en biedt de pensioenuitvoerder waar hij het kapitaal heeft opgebouwd deze keuze niet in de pensioenfase (uitkeringsfase).

Rondshoppen kan niet bij een uitkeringsovereenkomst zoals een eindloon- of een middelloonregeling. Dan blijft het pensioen bij de pensioenuitvoerder waar het pensioen is opgebouwd.

De werknemer kan ervoor kiezen zijn pensioenuitkering vast te zetten. Zo’n vastgestelde uitkering is een pensioen waarvan het de bedoeling is dat de uitkering stabiel blijft. De uitkering mag in ieder geval niet variëren op basis van een onzekere factor (zoals bij een variabel pensioen).

Als de pensioenuitvoerder een pensioenfonds is, is de vastgestelde uitkering vaak minder vast dan als de pensioenuitvoerder een verzekeraar is. Een pensioenfonds kan immers het pensioen verlagen als de dekkingsgraad beneden de 90% komt.

Een variabele uitkering is een pensioen waarbij (een deel van) het kapitaal nog steeds wordt belegd, ook tijdens de uitkeringsfase. Dat brengt kansen en risico’s met zich mee.

Variabele uit­­­kering brengt kansen en ­risico’s

Als het ‘worstcasescenario’ vooraf in kaart wordt gebracht en te dragen is voor de pensioengerechtigde, kan het een goede optie zijn.

De werknemer heeft ook de keuze voor een hoog-laagvariant. In dat geval is het pensioen tijdens de eerste uitkeringsjaren hoger. Deze hoog-laagvariant is in ieder geval niet te combineren met een bedrag ineens (zie hierna).

Er moet immers wel genoeg pensioen voor de resterende oude dag overblijven.

De werknemer kan kiezen bij het afrekenmoment voor de pensioenafkoop ineens

Als een aspirant-pensioengerechtigde een pensioenbedrag ineens wil ontvangen, moet hij aangeven ‘hoeveel’ (tot een maximum van 10%) en ‘wanneer’ hij het bedrag wil ontvangen. Het is niet altijd verstandig om dit bedrag op het moment dat het pensioen aanvangt te ontvangen, door de verschillen in belastingdruk.

 

Afrekenen
Dat zit zo. Eerst rekent de aspirant-pensioengerechtigde af met de fiscus. In de meeste gevallen (58%) zal de éénmalige uitkering in het jaar vallen waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt. Dat kan een verkeerd moment zijn. Als de AOW-leeftijd in december 2021 wordt bereikt, is het belastingpercentage in de eerste schijf 35,61%.

 

Dit in tegenstelling tot de maand januari van 2021, dan is het percentage 19,20%. De verschillende tarieven zijn te vinden in de tabel van de Belastingdienst, die u kunt vinden op de website tinyurl.com/aow-tarief-2021. Het verschil tussen 35,61% en 19,20% is 16,41% tot een maximaal belastbaar inkomen van € 35.130. Dat kan dus oplopen tot een belastingnadeel van € 5.764.

 

Oplossing
Er zijn meerdere oplossingen aangedragen. Demissionair minister Koolmees van Sociale Zaken en werkgelegendheid heeft gekozen voor de volgende oplossing. Voorafgaand aan de ingangsdatum van het ouderdomspensioen kiest de deelnemer:

  • voor een extra eenmalige uitkering op de pensioeningangsdatum, wat de periodieke pensioenuitkering verlaagt; of
  • de periodieke uitkeringen gaan de eenmalige uitkering voor. De eenmalige uitkering volgt dan in de maand februari in het jaar volgend op het jaar waarin de AOW-leeftijd is bereikt. De ingangsdatum van het ouderdomspensioen moet dan inmiddels wel zijn gepasseerd.

Er móet een keuze worden gemaakt; het is of het één of het ander.

 

De reden dat de uitkering eventueel in de maand februari en niet al in januari plaatsvindt, is puur praktisch: januari schijnt een nogal drukke maand te zijn voor pensioenuitvoerders.

Gedeelte van het pensioenbedrag ineens ontvangen

Tot slot kan de aspirant-pensioengerechtigde er (naar verwachting) vanaf 2023 voor kiezen om een gedeelte van het pensioenbedrag ineens te ontvangen op de ingangsdatum van zijn pensioen. Het gaat om maximaal 10%.

Hierdoor wordt de periodieke pensioenuitkering lager. Hij neemt als het ware een voorschot op een gedeelte van de toekomstige uitkeringen. Het is een recht van de deelnemer; de pensioenuitvoerder kan een verzoek in principe niet weigeren.

Dit kan alleen als het partnerpensioen door de afkoop afneemt en de partner daarmee niet akkoord gaat. Het opgenomen bedrag is vrij te besteden. En 10% is het plafond, anders blijft er te weinig werknemerspensioen naast de AOW-uitkering over.