Hoe zit het overgangsrecht bij pensioenen in elkaar?

8 april 2021

Op 1 januari 2026 moeten in principe alle pensioenregelingen voldoen aan de normen van het nieuwe pensioenstelsel. Uw bestuurder moet hiervoor een transitieplan opstellen, inclusief een compensatieregeling. Dit gebeurt in overleg met de vakbonden of uw OR. Bij de overgang naar een nieuwe pensioenregeling heeft uw OR in bepaalde gevallen instemmingsrecht. U moet dus weten hoe het zit. Maar hoe zit het overgangsrecht bij pensioen in elkaar?    

De planning is dat de Wet toekomst pensioenen op 1 januari 2022 in werking treedt. De belangrijkste wijziging is de manier waarop werknemers hun pensioen opbouwen. Het huidige stelsel kent diverse regelingen, waarbij de premie meestal is afgestemd op het eindresultaat. De inleg stijgt naarmate de einddatum dichterbij komt. Het nieuwe stelsel kent in feite alleen de beschikbare premieregeling. Hierbij blijft de premie de hele looptijd gelijk en is het eindresultaat onzeker.

Op 10 mei 2021 werd bekend dat de voorgenomen inwerkingtreding van het wetsvoorstel is verschoven naar 1 januari 2023. Het bijbehorende nieuwe pensioenstelsel gaat ook een jaar later in: per 2027.

Compensatieregeling

Voor veel werknemers heeft de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel nadelige gevolgen voor hun pensioenopbouw. In het pensioenakkoord staat dat zij hiervoor adequate en budgetneutrale compensatie moeten krijgen. Dit kan bijvoorbeeld gefinancierd worden uit opgebouwde buffers of door het ‘invaren’ (overhevelen) van opgebouwd pensioen in de nieuwe regeling.

Is daar geen sprake van, dan komt de compensatie voor rekening van de werkgever. Dit speelt met name bij een pensioenregeling die niet verplicht maar vrijwillig is ondergebracht bij een pensioenfonds of bij een verzekeraar of PPI (premiepensioeninstelling). De werkgever kan de werknemer:

  • extra pensioenaanspraken toekennen (dit is met een beperkt percentage tot 2036 fiscaal mogelijk). Let op: deze regeling geldt dan ook voor nieuwe werknemers.
  • een salaristoeslag geven. Er geldt geen maximum voor de hoogte van de toeslag en de duur van de regeling.

Overgangsrecht

Om hoge compensatiekosten bij werkgevers te voorkomen, geldt er overgangsrecht voor bestaande pensioenregelingen (ingegaan vóór 31 december 2021), namelijk bij:

  • beschikbare premieregeling met een stijgende premiestaffel, ongeacht het type pensioenuitvoerder;
  • middelloonregeling met een stijgende premie die wordt uitgevoerd door een verzekeraar.

Bij deze pensioenregelingen mag de pensioenuitvoerder de stijgende premiestaffel voor bestaande deelnemers ook na 1 januari 2026 toepassen. Dit mag tot de dag dat de werknemer met pensioen gaat of (vroegtijdig) uit dienst treedt. Bij voortzetting van deze regelingen blijft de pensioenopbouw dus in stand.

Terwijl deze pensioenregelingen doorlopen, moeten alle nieuwe werknemers vanaf 2026 instappen in een premieregeling met een vlakke premie. Door het overgangsrecht kunnen er vanaf 1 januari 2026 in uw organisatie dus twee verschillende pensioenregelingen naast elkaar bestaan.

Geen beschikbare premieregeling met stijgende premiestaffel?

Heeft uw organisatie op dit moment geen beschikbare premieregeling met stijgende premiestaffel? Dan loont het de moeite om te laten onderzoeken of het zinvol is om een lopende regeling voor het eind van dit jaar om te zetten naar een beschikbare premieregeling met een stijgende premiestaffel. Die regeling kan dan dankzij het overgangsrecht ook na 2026 worden voortgezet.

In dat geval behoudt de werknemer zijn pensioenopbouw en voorkomt uw bestuurder hoge compensatiekosten.

Let op: die omzetting moet dan uiterlijk op 31 december 2021 rond zijn. Uw OR kan zijn initiatiefrecht (artikel 23, lid 3 WOR) gebruiken om de mogelijkheid van het overgangsrecht met uw bestuurder te bespreken.

Hulp van een pensioenadviseur

Er komt heel wat bij kijken om de pensioenregeling toekomstbestendig te maken. Uw bestuurder doet er verstandig aan om een pensioenadviseur in te schakelen. Die kan hem bijstaan als hij bijvoorbeeld de hoogte van de vlakke premie moet bepalen, een goede compensatieregeling wil vaststellen of als hij de bestaande pensioenregeling nog dit jaar wil omzetten.

Ook voor uw OR is pensioen complexe materie. Uw raad mag een deskundige inschakelen voor begeleiding en advies (artikel 16 WOR). Bovendien heeft uw OR instemmingsrecht als uw bestuurder de bestaande pensioenregeling wil wijzigen of intrekken of als hij een nieuwe regeling wil invoeren (artikel 27, lid 1a WOR).