Waar moeten we op letten bij fiscaal gunstig verlofsparen?

1 maart 2021

We hebben gelezen dat per 1 januari 2021 het fiscaal gunstig verlofsparen is verruimd van 50 naar 100 weken. We willen dit ook regelen voor onze medewerkers. Waar moeten we op letten? 

Met ingang van 1 januari 2021 is het maximum voor het fiscaal gunstig verlofsparen verruimd van 50 naar 100 weken. Dit is voor werkgevers en werknemers interessant in het kader van duurzame inzetbaarheid. 

Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

De Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen is een feit. De maatregel met betrekking tot de omvang van het verlofsparen is ingegaan per 1 januari 2021.

Die omvang is door artikel 11 van de Wet op de loonbelasting 1964 gebonden aan een fiscaal maximum. Werknemers mochten voorheen tot 50 weken bovenwettelijk vakantieverlof en compensatieverlof sparen. Was er meer betaald verlof gespaard? Dan werd het meerdere belast.

Met de nieuwe wet is dat maximum verruimd van 50 naar 100 weken. Het is goed om te beseffen dat alleen de fiscale grens verruimd is. Vaak bevat de cao of een andere arbeidsvoorwaardelijke regeling ook een maximum voor het verlofsparen. Controleer dat en onderzoek de wenselijkheid en mogelijkheid om ook daar het maximum te verruimen.

Niet alleen voor zware beroepen

De verruiming van het verlofsparen vloeit voort uit het pensioenakkoord. De duurzame inzetbaarheid van werknemers moet immers worden vergroot. De verruiming is daartoe één van de instrumenten. De werknemer kan het saldo verlofsparen op verschillende manieren inzetten.

  • Tijdens de loopbaan: voor bijvoorbeeld omscholing, (tijdelijk) minder werken of het opnemen van een sabbatical.
  • Aan het eind van de loopbaan: maximaal 100 weken (ofwel zo’n twee jaar) eerder stoppen met werken.

De verruiming van het verlofsparen staat open voor alle beroepen, dus niet alleen voor ‘zware’ beroepen. De gedachte is wel dat de verruiming meer mogelijkheden biedt om een compensatie voor overwerk, ploegendiensten of ander zwaar werk toe te kennen in de vorm van extra betaald verlof. Daarmee wordt (indirect) de duurzame inzetbaarheid van mensen in zware beroepen bevorderd.

Met gespaard verlof pensioen kopen

Blijkt op het moment suprême dat opname van het gespaarde verlof toch niet gewenst is? Dan kan de werknemer met het gespaarde verlof extra pensioen inkopen.

Vereenvoudigd (!) gaat dat als volgt: eerst betaalt u als werkgever het verlofsaldo uit en vervolgens wordt met die uitbetaling de inkoop van extra pensioen gefinancierd. De pensioenregeling moet dan wel in de inkoop van extra pensioen voorzien en er moet fiscaal ruimte voor zijn. Laat u - en de werknemer - daarom goed over deze stap adviseren.

Belangrijke details

Er zijn drie belangrijke details rond het verlofsparen. Die details hangen met elkaar samen en moeten door de werknemer en u goed in de gaten worden gehouden:

1. Toetsing saldo op basis van omvang dienstverband

De fiscale toetsing van het saldo gespaard verlof wordt gebaseerd op de omvang van het dienstverband aan het einde van het jaar. Dat kan tot problemen leiden als de werknemer minder uren gaat werken. Een werknemer met een maximaal verlofsaldo die in plaats van 100% voortaan 80% van de uren gaat werken, zal dus voor het einde van het jaar 20% van het verlofsaldo moeten ‘ontsparen’. Dit doet hij door verlof op te nemen óf te laten uitbetalen.

2. Deelname aan generatiepact

Sommige organisaties werken met een generatiepact. Een voorbeeld hiervan is een bijna-pensioengerechtigde werknemer met fulltimecontract die gaat afbouwen door nog 80% van zijn arbeidsduur te werken, met 90% van zijn oorspronkelijke loon en 100% van de pensioenopbouw. Er zijn veel varianten van zo’n generatiepact.

Het wordt spannend voor de variant waarbij de werknemer maar 70% van zijn arbeidsduur blijft werken. Dan moet hij 30% van het verlofsaldo ontsparen (zie het vorige detail). Ontspaart de werknemer door verlofopname? Dan werkt hij feitelijk (70% - 30% =) 40%. Dat is minder dan 50%, waardoor de regeling kán worden aangemerkt als regeling voor vervroegde uittreding (RVU).

In dat geval is uw organisatie een RVU-boete van 52% verschuldigd aan de fiscus. Om dit te voorkomen kan het ontsparen plaatsvinden in de vorm van uitbetaling van het verlof.

3. Geen recht op uitbetaling

Het derde detail is ook relevant voor het voorgaande: er is geen wettelijk recht op tussentijdse uitbetaling van verlof. En dat terwijl zowel werkgever als werknemer daar belang bij kunnen hebben. De tip is dus om het recht op uitbetaling op te nemen in uw regeling voor verlofsparen.