Wat gebeurt er met mijn pensioenpot bij een echtscheiding?

29 juni 2020

Bij een echtscheiding moeten echtgenoten bezittingen verdelen en verrekenen. Hier vallen ook de aanwezige pensioenrechten onder. Wat gebeurt er met mijn pensioenpot bij een echtscheiding?

Als uw huwelijk in stand blijft, zullen u en uw echtgenote te zijner tijd van het pensioen dat u tijdens het huwelijk heeft opgebouwd kunnen genieten. Eindigt het huwelijk door echtscheiding, dan heeft de partner die niet (of minder) heeft gewerkt, geen (of minder) pensioenrechten opgebouwd. Hij of zij zou dan ook niet kunnen genieten van de – wat juridisch heet – ‘vruchten’ van het pensioen. Om dit tegen te gaan is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) ingevoerd.

Pensioenverevening tussen echtgenoten

De WVPS bepaalt dat bij scheiding verevening (gelijke verdeling) van het ouderdomspensioen tussen de echtgenoten moet plaatsvinden. Ieder van de echtgenoten heeft namelijk recht op de helft van de tijdens het huwelijk opgebouwde Nederlandse pensioenrechten. Het maakt niet uit welk ‘huwelijksgoederenregime’ (zoals ‘gemeenschap van goederen’) van toepassing is.

U kunt in uw huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant wel afwijkende afspraken maken over deze verevening. Zo kunt u de verevening volledig uitsluiten of een andere verdeling overeenkomen. De WVPS is niet van toepassing op ongehuwd samenwonenden. Zij zijn dus niet verplicht om hun pensioenrechten bij het einde van de relatie te verevenen, tenzij ze dit afspreken in een samenlevingsovereenkomst.

Verschillende manieren van verevening

De verevening kan op verschillende manieren plaatsvinden. Allereerst kan uw ex-echtgenoot aanspraak maken op betaling van het ouderdomspensioen dat is opgebouwd tijdens het huwelijk. Na uw pensionering maakt de ex (de vereveningsgerechtigde) dan aanspraak op betaling van de helft van het ouderdomspensioen dat is opgebouwd tijdens het huwelijk. Als de ex-echtgenoot dit binnen twee jaar na inschrijving van de echtscheiding bij de pensioenuitvoerder meldt, krijgt diegene een rechtstreekse vordering op deze pensioenuitvoerder.

Vanaf de datum dat het pensioen ingaat betaalt de uitvoerder aan elke echtgenoot 50% van de termijnen van het te verevenen ouderdomspensioen, zolang u allebei in leven bent. Wacht de ex-partner langer dan twee jaar, dan vervalt de rechtstreekse vordering op de pensioenuitvoerder en ontstaat er een vordering op de pensioengerechtigde ex-echtgenoot.

Conversie van pensioenrechten

Een andere optie is ‘conversie’ van een deel van de pensioenrechten van de ex-echtgenoot. Conversie wil zeggen dat het deel waarop de vereveningsgerechtigde aanspraak maakt, los wordt gekoppeld van de pensioenregeling van de vereveningsplichtige. De conversie vindt plaats tegen de contante waarde. Het geld wordt dan gebruikt om een losse pensioenaanspraak aan te kopen. Voor conversie van de pensioenrechten is de instemming van u beiden nodig.

Tegelijkertijd met de conversie van het ouderdomspensioen wordt ook de aanspraak op het bijzondere nabestaandenpensioen van de vereveningsgerechtigde geconverteerd. De vereveningsgerechtigde verkrijgt op deze manier een zelfstandig recht op ouderdomspensioen, onafhankelijk van het leven of de dood van de ex-echtgenoot. De ‘pensioenband’ wordt zo echt doorgeknipt. De conversie heeft als groot nadeel voor u als pensioen opbouwende echtgenoot dat bij het overlijden van de ex-partner het ouderdomspensioen niet meer aan u terugvalt.

In 2019 heeft het ministerie van Sociale Zaken een wetsvoorstel ingediend dat ervoor moet zorgen dat conversie vanaf 2021 de standaardmanier wordt bij het verdelen van pensioen bij scheiding. Het kabinet wil op die manier regelen dat de verdeling van het opgebouwde pensioen altijd op dezelfde manier gebeurt.

Pensioenaanspraak vrijgesteld van belasting

Bij de verevening van de pensioenrechten spelen ook fiscale aspecten. Een pensioenaanspraak is in principe belast met loon- en inkomstenbelasting. Maar als de pensioenregeling voldoet aan de wettelijke eisen, wordt de pensioenaanspraak niet tot het loon gerekend en is dus vrijgesteld van belasting. Daar staat tegenover dat de pensioenuitkeringen die u te zijner tijd ontvangt, belast zijn in de loon- en inkomstenbelasting. Dit is de zogenoemde ‘omkeerregel’.