Wat heeft een uitdiensttreding voor gevolgen voor het voorwaardelijk pensioen?

10 juni 2020

Een werknemer gaat met wederzijds goedvinden uit dienst, maar kan nog niet met pensioen. Welke gevolgen heeft dit voor zijn voorwaardelijk pensioen?

Doordat de werknemer uit dienst gaat, vervalt zijn voorwaardelijk pensioen: de overgangsregeling die voor de prepensioenregeling in de plaats is gekomen. Zolang het nog niet gefinancierd is, is het voorwaardelijk pensioen namelijk nog niet onvoorwaardelijk en komt het bij ontslag te vervallen.

In dienst houden

Er zijn situaties waarin het voorwaardelijk pensioen tóch kan blijven bestaan. Bekijk daarvoor allereerst wanneer het pensioen op zijn vroegst in kan gaan. Is de werknemer bijvoorbeeld 59 en kan zijn pensioen vanaf zijn zestigste ingaan, dan kunt u hem eventueel nog heel even in dienst houden. Zo kan hij zijn voorwaardelijk pensioen behouden.

Daarnaast kennen de meeste pensioenfondsen een uiterlijke financieringsdatum van 2021. Als u het tot dat jaar kunt uitzingen met elkaar, kan dat voor de werknemer heel veel geld schelen. Daar moet u het dan natuurlijk wel over eens worden.

De werknemer kan er soms ook voor kiezen om vrijwillig deelnemer bij het pensioenfonds te blijven als voormalig werknemer tot de ingangsdatum van zijn pensioen of de uiterlijke financieringsdatum. Hij zet dan zijn pensioenopbouw vrijwillig voort.

Werknemer betaalt ook werkgeversbijdrage

Let op: vrijwillig voortzetten is bij de meeste fondsen een dure aangelegenheid want de werknemer betaalt dan zijn werknemersbijdrage, maar ook de volledige werkgeversbijdrage. Daarnaast zijn er fondsen (zoals het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP)) waarbij een vrijwillige voortzetting niet leidt tot het behoud van het voorwaardelijk pensioen.

Als vrijwillige voortzetting wel een optie is, houd dan goed in de gaten of daar een maximale duur aan verbonden is. Vaak is die 3 jaar, tenzij de werknemer onder een uitzondering valt óf de uiterste financieringsdatum eerder is.