Nieuwe premiegrens en compensatie voor 35-plussers

In het pensioenakkoord met een verdere uitwerking in de Hoofdlijnennotitie is opgenomen dat de pensioenopbouwgrens gaat vervallen. De pensioenuitkering is straks ook niet meer het uitgangspunt maar de pensioenpremie. In de plaats van de opbouwgrens komt er daarom een premiegrens die kan lopen van 30% tot 33%. Ook komt er een compensatieregeling omdat de doorsneesystematiek gaat verdwijnen.

23 juni 2020 | Door redactie

De pensioenpremie moet stabieler en beter voorspelbaar worden, daarom is in het pensioenakkoord en in de hoofdlijnennotitie besloten dat alle pensioendeelnemers een vlakke premie gaan betalen. Dit wil zeggen dat zij onafhankelijk van hun leeftijd allemaal hetzelfde premiepercentage betalen. Hiervoor gaat wel een plafond gelden. De premiegrens zal tussen de 30% en maximaal 33% liggen. Voor de bepaling van de premiegrens kijkt men naar het verwachte rendement. Bij een premiegrens van bijvoorbeeld 44% hoort een rendement van 0,5%. Bij een rendement van 3,5% komt de premiegrens uit op 17%. De verwachting is dat de premiegrens voor nu wordt gesteld op 33%, hierbij hoort een rendement van 1,5%. Voor de eerste keer zal de premiegrens in principe voor 10 jaar gelden, dus van 2026 tot 2036. Hierna zal dit 5 jaar zijn.

Compensatie voor 35-plussers

Door het verdwijnen van de doorsneesystematiek wordt de pensioenopbouw straks leeftijdsafhankelijk. De (doorsnee)premie blijft dus wel gelijk, maar de pensioenopbouw wordt dan ongelijk. Jongere mensen krijgen hierdoor meer pensioen voor hun premie, oudere mensen juist minder. Hierdoor loopt de groep van 35-plussers een flink bedrag aan pensioenvermogen mis. Hiervoor komt een budgetneutrale  compensatieregeling van € 1 miljard voor tien jaar om nadelige effecten op te vangen. 

Download de complete Hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord (pdf), zodat u snel de achtergrondinformatie bij de hand heeft.